De flipperkast interactief ondervinden in ons Technopolis

Je was deze ochtend nog thuis en nu ben je hier in Kortrijk/Deurne. Met heel veel collega's van jouw en andere scholen. Er is een tas koffie en dit startmoment. En onderweg is al van alles gebeurd : in het station of in de auto, aan de ontbijttafel of in de badkamer. Bewust en onbewust passeerden deze ochtend al honderden prikkels. Via jouw verschillende zintuigen komen die signalen voortdurend binnen. In je lijf en in je hoofd.

Kan je nog even terugkeren en één van deze impulsen of prikkels vastpakken? Wat zag je of wat hoorde je? Iets bijzonders gevoeld of meegemaakt?  En kan je een woord op die ervaring plakken? Dan zouden we je willen vragen om dat woord eventjes te noteren op de post-it en dan met ons mee te gaan in de wondere wereld van jouw en onze hersenen. We gaan samen onderzoeken hoe die prikkel zijn weg vindt in ons lichaam en wat daar dan allemaal precies gebeurt.

Jij hebt uit de enorme hoeveelheid informatie die je altijd en overal voortdurend te verwerken krijgt één iets gekozen. Omdat ik dat daarnet heb gevraagd. In werkelijkheid gebeurt die selectie sowieso ook en nog veel en veel meer. Uit de chaos en de hoeveelheid aan impulsen die onze zintuiglijke antennes treffen, kunnen we slechts aantal zaken verwerken of houden.  Lang niet alles passeert ook omdat lang niet alles relevant is. Die selectie stellen we hier eventjes voor met een strenge poort. Als we die poort oversteken zijn we meer dan 90 procent van het totale aanbod kwijt. Ook niet onbelangrijk : die poort is uniek en voor iedereen anders. Wat er bij mij niet is doorgekomen is dat bij jou misschien wel of omgekeerd. Niet onbelangrijk als we dit toepassen op onderwijs.  De receptie verschilt dus van leerling tot leerling en per leerling van moment tot moment. Het verschilt omdat het aansluit bij persoonlijke voorkeur, eerdere ervaringen, behoeftes en belangstelling.

 

We zijn de poort voorbij en gearriveerd in het zogenaamde werkgeheugen. Welkom in jouw werkplaats waar jouw impuls volledig gestript zal worden, ondersteboven gehaald en door elkaar geschud. De info wordt hier geanalyseerd en gecombineerd tot grotere eenheden. Of ook nog: aan de prikkel die binnenkomt, wordt betekenis gegeven. Een complex proces dat vooral heel snel moet gaan. Let nu goed op. Slechts zes seconden. Zes seconden tijd krijgen we hier om alles op orde te krijgen en dan weer verder te gaan. Het werkgeheugen is dus echt wel een cruciale plek. Iets betekenis geven betekent begrijpen of in elkaar zetten. Ook hier zit verlies op. Het lukt zeker niet altijd om van die prikkel effectief iets te maken. We zeggen wel eens: hier kan ik niets mee, iets niet begrijpen betekent niet dat de informatie er niet is, maar dat je er gewoon letterlijk niks van kan maken. In deze werkplek zetten we dus voortdurend binnen geschoven losse onderdelen in elkaar zodat ze grotere gehelen vormen en de moeite waard worden om te onthouden en op te bergen.

 

Info blijft niet alleen heel kort hangen hier, ook de ruimte is beperkt. De monteurs moeten dus snel de juiste keuzes maken. Monteurs met beperkingen ook.  Ze hebben maar een beperkte blik en kijken zonder context naar het materiaal dat binnenkomt. Eén van de slimme manieren om snel betekenis te maken, is het activeren van voorkennis. Die wordt dan eventjes uit het lange-termijngeheugen gehaald en naar hier gebracht. Zo zullen de monteurs wel actiever en gerichter de zintuiglijke prikkel ontvangen. Dan wordt snel vastgesteld wat de informatiewaarde is van de prikkel en wat de combinatie- of gebruiksmogelijkheden ervan kunnen zijn.

 

Als dat allemaal lukt, worden die doorgegeven aan jouw lange-termijngeheugen. Stap maar met mij mee naar ons magazijn waar alles systematisch op orde wordt gehouden. Op orde om het later vlot en makkelijk terug te vinden. Alles waarvan het niet lukt om er iets wetenswaardigs van te maken, wordt ongebruikt weggegooid. Wat wel bewaard wordt, kan achteraf ook opnieuw gebruikt worden. Dan wordt het geactiveerd en doen ze de hele weg terug, via het werkgeheugen naar de buitenwereld. Info die dan onder woorden wordt gebracht en gedeeld met anderen. Ook dit magazijn is bij iedereen anders en uniek. Het is een illusie dat we in onderwijs zomaar kennis van leerkracht naar leerling kunnen overdragen en dat bij elke leerling op dezelfde manier verloopt. De inhoud van de reeds aanwezige kennis hier kan verschillen. Veel hangt ook samen met belangstelling, behoefte en persoonlijke leerstijlen. Betekent dat dan dat we als leerkracht helemaal geen invloed hebben op dat cognitief proces? Helemaal niet. We keren daarvoor even terug naar het complexe werkgeheugen.  En we bekijken eventjes deze afbeelding. 

Anders dan lang is aangenomen, bestaan de dingen die wij weten niet uit afzonderlijke, afgeronde gehelen. Ook de aparte hersenkwabben die elk verantwoordelijk zijn voor verschillende processen staan nooit los van elkaar, staan voortdurend in wisselwerking. Op deze afbeelding zien we hoe onze hersenen echt werken. In het boekje van Westhoff spreken ze over een flipperkast. Door veel contacten te maken, vergroot je de trefkansen. Door de bal zolang mogelijk in de kast te houden, spelen we hogere scores.

Download hier de tekst over de flipperkast.

Laten we dit met een voorbeeld concreet maken. Ga per twee staan en toon je woord op jouw post-it aan jouw collega. Waar denk je aan, als je het woord ziet? Welke verbindingen worden geactiveerd in jouw werkgeheugen? Welke eigenschappen of combinaties van eigenschappen of kenmerken komen allemaal naar boven? Hoe ken jij dat concept?

Bijvoorbeeld: roos > plant/ruikt lekker/doorns

maar ook symbool voor arbeidersstrijd

of symbool voor liefde en schoonheid

> taalkundig : één roos twee rozen > link met kleur rood > ... 

Wissel uit onder elkaar en vergelijk.  Stel vast dat jullie hersenen uniek zijn en er andere verbindingen actief of niet-actief worden.  Snap je nu beter hoe de kleurlijnen op de foto werken? Heel soms wordt een heel netwerk actief, vaker enkel delen ervan. Afhankelijk van de context of behoefte worden bepaalde concepten wel actief en andere niet (bv gedicht schrijven over de liefde met het woord roos, dan doet die arbeidsbeweging er niet toe). De volgorde waarin dit gebeurt is niet willekeurig en hangt af van waar jij begon of naar toe wil. Dit is een logisch rijtje bijvoorbeeld: roos, stengel, doorn, prik, vinger, bloed, pijn, ...  Hoe vaker een draadje geactiveerd wordt, hoe sterker en dikker de verbinding wordt. Denk aan de geit die elke dag door de weide stapt en er vanzelf een pad ontstaat. Of denk aan je woordenboek in je mobiele telefoon die veel gebruikte woorden bijhoudt en die als suggestie geeft bij het tikken van de eerste letters. De combinatie die het meest is voorgekomen, komt dan altijd het eerst.

En wat zegt dat over leren en onze rol in de klas? Welke verbindingen vinden we belangrijk en willen we extra activeren? Want wat wij samen belangrijk maken, zal het eerst en het snelst geactiveerd worden. Welke hits in dit werkgeheugen willen we maken zodat er solide stevige kennis kan verhuizen naar ons magazijn hiernaast? Iemand een idee hoe we rijke netwerken kunnen aanleggen en welk soort onderwijs daar dan bij past?

We maken dit samen concreet in deel 2 van deze interactieve ochtendwandeling. We bedenken een groepscasus van een kind uit de ronde. Dat kind zit nu fictief op deze stoel en heeft een ronde-vraag. Je krijgt een kaartje met tips, kan je al raden wat erop staat? Wat zijn volgens jullie goede didactische principes 

waar denkbeeldig kind met een ronde-vraag zit. De casus wordt genoteerd.Ik ga

straks 12 tips uitdelen, maar wat verwacht jij van die tips, wat zal er daar op

staan? (in duo reflecteren) dus m.a.w. wat zijn volgens jullie goede didactische principes om die neuronen super actief te houden, de flipperkast te activeren. Zoek een partner met dezelfde leertip.Je bedenkt in duo 1 verbredende/verdiepende vraag of activiteit voor dit kind o.b.v. de tip in je hand. Iedereen deelt 1 minuut.

Download hier deze poster.

Download hier het boek over deze 

twaalf bouwstenen.