De taal van het cahier oefening 2

Het cahier W.O. brengt een heel nieuwe taal met zich mee. Verdwaal je wat in al die nieuwe begrippen? Neem dan even deze pagina door of download de one-pager in een leuk jasje! Hierop staan alle begrippen uit het cahier W.O. bondig en duidelijk uitgelegd.

Hoe kan ik de onderwijsstappen echt gebruiken? Je leest het antwoord op onze F.A.Q.-pagina!

DOEL

- samenhang tussen onderdelen van het cahier W.O. zien

- gemeenschappelijke taal creëren

[Cahier]

Een summier leerplan waar elke school naar hartenlust kan in noteren, verschuiven, toevoegen. Het heeft als doel richting en ruimte bieden voor elke school om hun pedagogisch project te realiseren zodat begeleiders als geëngageerde professionals worden aangesproken om zo aan onderwijskwaliteit te werken.

Het cahier doet dienst als inspiratie- en afsprakendocument waarin instrumenten, kijkwijzers en inzichten gebundeld staan om wereldoriëntatie vanuit de kracht van je pedagogisch project, je schoolcontext en je professioneel buikgevoel vorm te geven.

 

[Visie op onderwijzen en leren]

Een inspiratie en engagement voor FOPEM-scholen om samen te streven naar een rechtvaardige samenleving. We steunen op de dynamiek van dingen binnen brengen bij elkaar en vragen stellen vanuit nieuwsgierigheid. Die dynamiek wordt in evenwicht gehouden door coöperatief en geëngageerd te werken, te streven naar betekenisvolle taken en inspraak en verantwoordelijkheid te respecteren in het leerproces. Dit vraagt om een specifieke aanpak die zich vertaalt in het spiraalleren, het streven naar soepele leerlijnen en het gebruiken van de ervaringscyclus.


[Onderwijsstappen]​

Vanuit een vraag/opdracht/taak/ probleem/ervaring wordt de ervaringscyclus in gang gezet. Om hieruit te leren is het belangrijk dat leerlingen en begeleiders reflecteren over die vraag/opdracht/taak/probleem/ ervaring. Dit kan je doen m.b.v. twee kerncompetenties, nl. ‘focussen’ en ‘verbanden leggen’. Deze competenties helpen je om de voorkennis bloot te leggen en te kijken wat er in de zone van naaste ontwikkeling ligt aan mogelijke doelen. Die zone leg je naast de leerspiraal die bestaat uit een opbouw van vijf cognitieve niveaus. Door met die leerspiraal het cognitieve doel te bepalen, werk je aan soepele leerlijnen. Die leerlijnen zullen zo vaak mogelijk gelinkt worden aan de ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Dit alles doen we vanuit onze visie op onderwijzen en leren en vanuit de eigen visie van de FOPEM-school.

[Ervaringscyclus]

Een instrument om bewust met ervaringen te leren omgaan. Over een concrete ervaring ga je reflecteren en vragen stellen. Je bedenkt mogelijke antwoorden en test die.

[Kerncompetenties]

Cognitief gereedschap om je doen en denken te verbinden. Door te focussen en verbanden te leggen, krijg je inzicht in de wereld in je hoofd.

[Zone van naaste ontwikkeling]

Een kijkwijzer voor leraren om leerlingen te stimuleren hun grenzen te verleggen op gebied van kennis, vaardigheden en attitudes. Het respecteert de dynamiek van leerstof automatiseren.

[Leerspiraal]

Een instrument om vanuit de voorkennis al gaande en samen met de klasgroep het doel te bepalen. Het gaat haalt zijn kracht uit de sterke nieuwsgierigheid en leerdrang van leerlingen. Onderaan stellen we graag wat extra verdiepingsmateriaal ter beschikking rond de leerspiraal.

[Soepele leerlijn]

Een dynamische aanpak om het leerproces van elke leerling te respecteren. Leren komt tot stand in groep, maar elke leerling is tegelijk uniek. De basis hiervoor zijn de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen.

[Het belang van de omgeving]

Wereldoriëntatie is een leergebied waarbij leerlingen enorm veel ontdekken. Ze begrijpen elkaar in die zoektocht en hebben vaak veel aan de hulp van een medeleerling. De leerkrachten en ouders ondersteunen die zoektocht. De omgeving en begeleide opdrachten bieden een derde ondersteuning voor leerlingen. De leerspiraal, de kerncompetenties en de andere onderdelen uit de onderwijsstappen bieden evenzeer een houvast om bewust om te gaan met de omgeving en met opdrachten bij wereldoriëntatie.

Materiaal

 

Extra verdieping rond de leerspiraal

SAM, het partnerschap tussen zeventig basisscholen en een hogeschool met lerarenopleiding, werkten intensief rond de taxonomie van Bloom. Ze maakten een filmpje waarin je ziet hoe de cognitieve niveaus in een klas worden ingezet. SAM stelt ook een waaier ter beschikking met de zes cognitieve niveaus. Daarin staan verdiepende vragen voor de leerlingen, activiteiten en producten.

1.

Elke Goffin van Praktijk Voluit legt uit hoe je een verrijkingsopdracht kan maken op basis van de cognitieve niveaus die wij ook in de leerspiraal gebruiken.

2.

Juf Petra uit Vlissingen (NL) heeft een blog met allerlei ideeën voor kleuterleerkrachten. Ze poste een voorbeeld van haar collega over een zogenaamde integratiematrix. Het is een invulblad waarbij de cognitieve niveaus uit de leerspiraal (= taxonomie van Bloom) gecombineerd worden met de meervoudige intelligenties van Gardner (je weet wel: ruimte-knap, taal-knap,... Op de studiedag Leren is lichamelijk focuste één van de ateliers hierop.). Op de blog zijn er ook enkele concrete lesvoorbeelden beschikbaar.

3.

Enkele FOPEM-coördinatoren ontwikkelden samen enkele voorbeelden bij elk cognitief niveau van de leerspiraal. Je kan het hier lezen. De pedagogische begeleidingsdienst maakte ook een uitbreiding bij de leerspiraal met meer uitleg en ondersteunende werkwoorden. Je kan het hier vrijblijvend downloaden. 

4.

Tijdens de FOPEM-nascholing Graad in de kijker  focusten begeleiders uit het 1e, 2e en 3e leerjaar op de leerspiraal en hoe ze die konden gebruiken in hun klas. Je leest hier onze bevindingen.

5.

Samen school maken

Deze website dient als inspiratie voor begeleiders en coördinatoren die werken met een cahier van FOPEM.

De implementatiegids vormt het belangrijkste onderdeel van de website en dient door alle scholen gebruikt te worden om het cahier W.O. te implementeren.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now