Werkwinkels oefening 3 

De werkwinkels op de gemeenschappelijke pedagogische studiedag van september 2018 vlogen voorbij. Wil je enkele werkwinkels opnieuw doen tijdens een teamdag? Dan vind je hieronder inspiratie. De werkwinkels zijn ideaal voor een eerste kennismaking met het cahier W.O.

Tip: Neem er je cahier bij om de oefeningen hieronder goed te kunnen uitvoeren.

Nog een tip: We hadden ondertussen al een tweede studiedag in januari 2020. Het verslag en de verschillende werkwinkels van die studiedag vind je via deze link.

DOEL

- kennis maken met cahier W.O. 

- instrumenten uit het cahier W.O. linken aan praktijk

 
 
 
 

WERKWINKEL 1: VISIE OP ONDERWIJZEN EN LEREN

DOEL

Bij deze werkwinkel  maak je kennis met de ‘visie op onderwijzen en leren’ als concreet instrument. Een visie kan namelijk ambitieus en ‘ver van mijn bed’ overkomen. Deze visie leent zich echter ook om in je dagelijkse klaspraktijk als inspiratie te gebruiken. Deze werkwinkel stimuleert begeleiders om activiteiten te verrijken met behulp van de ‘visie op onderwijzen en leren’.

VERLOOP

 

Vanuit de buik sommen we concrete W.O.-activiteiten op. Enkele voorbeelden zijn: een radioprogramma maken, een publieke moestuin onderhouden, padden overzetten, een geschiedkundige tijdband maken, de verkeerssituatie rond de school onderzoeken, kaarten van onze gemeente vergelijken…

 

Kies één of twee pijlers uit het cahier W.O. en leg ze naast de concrete activiteiten.

Bedenk hoe de pijlers meer inhoud krijgen. Kijk ook hoe de activiteit verrijkt kan worden door er een specifieke pijler bij te betrekken. Durf te zoeken naar niet voor de hand liggende linken.

VOORBEELD: een publieke moestuin onderhouden

In de Zevensprong onderhouden de leerlingen van de eerste graad wekelijks een publieke moestuin vlakbij. Ook kinderen van een nabijgelegen organisatie werken hier aan mee. Aan het begin van het schooljaar is er steeds een oogstfeest waar hapjes gemaakt worden met de groenten uit de tuin.

- Coöperatief: er is een samenwerkingsverband met organisaties buiten de school. De leerlingen werken klasoverschrijdend in de moestuin want ook de kleuters komen hier geregeld kijken en helpen. Iedere leerling kan er op zijn/haar manier bezig zijn, ieders talent krijgt er een plaats.

- Geëngageerd:  er is een engagement naar het pedagogisch project (1) van de school. Op de site van de Zevensprong staat te lezen ‘Kinderen onderzoeken samen de wereld en de samenleving. Ze doen dit zelfstandig, kritisch en met respect’. Door de leerlingen in de volksmoestuin te laten werken wordt dit pedagogisch project van de Zevensprong levend. Er is ook een engagement naar elke leerling (2). Ieder kind krijgt in deze groene omgeving de kans om in zijn/haar zone van naaste ontwikkeling te leren. Deze omgeving stimuleert met andere woorden het leren (zie ook de bijlagen in het cahier). In dit voorbeeld merk je ook een engagement naar en van de begeleider zelf (3). De persoon die de coördinatie en begeleiding van dit project op zich neemt, voelt zich namelijk nauw verbonden met alles wat groen, duurzaam en milieuvriendelijk is. Ze houdt dus rekening met haar eigen professioneel buikgevoel: authenticiteit en tegelijk een stap verder durven zetten in je eigen ontwikkeling als geëngageerde professional. Tenslotte is hier ook een engagement naar de samenleving (4) toe. Er wordt meegewerkt aan een ecologisch en biologisch initiatief.

- Betekenisvolle taken: Dit project staat met beide voeten in de wereld. Leerlingen ervaren er de link met het dagelijkse leven. Hier komt de wereld ook in al haar facetten en complexiteit op de leerlingen af. Er is contact met mensen van buiten de school, met het verkeer (op de tocht naar de moestuin), met de natuur, met elkaar. Leerstof wordt dus niet in kleine stukjes opgedeeld maar in al haar complexiteit aangeboden.

- Inspraak en verantwoordelijkheid: De leerlingen hebben inspraak in hoe de moestuin beheerd en verzorgd wordt, tegelijk dragen ze hier ook de verantwoordelijkheid voor. De leerlingen dragen in dit project ook een stukje de verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces, het is op dat moment deels aan hen om zich te verrijken en nieuwe kennis/vaardigheden op te doen.

EXTRA VERDIEPINGSOEFENINGEN BIJ DE VISIE OP ONDERWIJZEN EN LEREN - voor wie wil

 

PIJLER COÖPERATIEF

De pijler coöperatief gaat over meer dan het gebruik van coöperatieve werkvormen, het is eerder een globaal idee, een manier van samen leven en werken in de klas en op school. Leerlingen mogen fouten maken, ze overleggen met elkaar wat en hoe ze iets gaan doen, ze presenteren hun werk aan elkaar en geven feedback zodat hun creatie of product nog verfijnd kan worden.

 

Een prachtig praktijkvoorbeeld hiervan is het filmpje Austin tekent een vlinder. Bekijk het filmpje. Leg de link met wat je al weet over breed/formatief evalueren en over feedback geven.

PIJLER BETEKENISVOLLE TAKEN

Deze pijler benadrukt het belang van actief leerstof verwerken, telkens opnieuw in verschillende en complexe contexten. Dit zorgt voor een hoog leerrendement, dat weten we uit de cognitieve leerpsychologie. Bovendien bevorderen die betekenisvolle taken ook de intrinsieke motivatie van kinderen. Die intrinsieke motivatie wordt bepaald door drie zogenaamde Vitamines voor groei uit de zelfdeterminatietheorie. Heel concreet kan je die betekenisvolle taken waarmaken door een open-deuren-didactiek te gebruiken: leergebiedoverschrijdende taken, werken met projecten, leerlingengroepen soepel samenstellen (bijv. graadsklassen). 

 

Lees dit verslag van een rondegesprek over de knieschijf. Welk soort lerarenstijl herken je hier? Hoe stimuleert de leraar het breed denken?

PIJLER INSPRAAK EN VERANTWOORDELIJKHEID

In engagement word je actief deel van de groep. De pijler 'inspraak en verantwoordelijkheid' houdt een serieuze belofte in: volwaardige participatie. Het gaat hier niet om vrijheid blijheid maar wel om vrijheid verantwoordelijkheid. Orde en discipline worden voor en door de groep gemaakt en zijn dus des te belangrijker. Een concretisering hiervan kan inspraak in het eigen leerproces zijn: kinderen nemen hun leren in handen en bepalen bijv. mee hoe ze hun werkstuk of onderzoek aanpakken. Een andere concretisering is de klasraad. 

Lees drie uitleggen van verschillende scholen over de klasraad: van FOPEM-school Klimop, van GO!-school De Regenboog en van secundaire school Keerpunt. Vergelijk de drie bronnen met elkaar, welke gelijkenissen en verschillen herken je?

WERKWINKEL 2: LEERSPIRAAL

 

DOEL

Je maakt kennis met de leerspiraal. Dit is een concreet instrument dat je helpt om in de zone van naaste ontwikkeling van leerlingen te werken. Met behulp van deze werkwinkel ga je op zoek naar kansen in de ruimte en krijg je de cognitieve niveaus in de vingers.

VERLOOP

Even een korte uitleg om de leerspiraal te duiden:

Vroeger dacht men dat leren lineair verliep. Bijvoorbeeld het thema Middeleeuwen. Even een maand goed uitleggen aan de leerlingen waar de Middeleeuwen voor staan, een toets geven en je denkt: “Iedereen snapt het”. Maar wij weten beter, zo werkt het niet. Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen beter leren als je herhaalt, als je er een ander thema bij betrekt, als je het in een andere context plaatst; kortom, als je verbreedt en verdiept. Voortdurend herhalen betekent echter niet dat wij in rondjes willen draaien en telkens opnieuw hetzelfde thema willen gebruiken. Daarom kozen we voor de opwaartse spiraal. Dat is een krachtiger symbool dat uitlegt dat ons leren steeds opgetild wordt en versterkt wordt binnen de zone van de naaste ontwikkeling.

Ga met een collega op pad door de school en zoek een fysiek teken van leren. Dat kan een project zijn, een vrije tekst, een onderzoekje, een tekening; eender wat. Ga daarna in gesprek met je collega over dat stuk leren maar vooral over hoe de begeleider dat specifiek kind in die leerspiraal een niveautje hoger heeft gebracht. 

 

Wie weet stap je hier meteen buiten en zie je onmiddellijk een affiche ‘Een dag in het leven van de olifant’. Dan kan je je afvragen: de kinderen wisten waarschijnlijk al enkele woorden rond die olifant. Ze kenden het woord ‘olifant’, ze kenden het woord ‘dier’, misschien kenden ze ook al het woord ‘zoogdier’. Maar de begeleider heeft ervoor gezorgd dat die leerling er betekenis aan kon geven. Op die affiche zou je namelijk kunnen zien welke verbanden de leerlingen hebben gelegd. Zo zijn ze dus naar een volgend niveau in de leerspiraal geraakt. Van ‘kennen’, naar ‘begrijpen’, en misschien zelfs naar ‘gebruiken’. Wie weet ontdek je misschien zelfs welke eindterm ze hebben nagestreefd en zie je een pijler terug uit de visie op onderwijzen en leren.

Hier zit ook een link naar het laatste hoofdstuk uit het cahier W.O., namelijk de bijlagen. De omgeving blijkt een stimulerende factor te zijn in het leerproces, lees zeker eens dit hoofdstukje in relatie tot deze opdracht.

 

WERKWINKEL 3: DENKEN EN DOEN VERBINDEN

DOEL

Deze werkwinkel laat je kennismaken met de dynamiek tussen de ervaringscyclus en de kerncompetenties. De werkwinkel laat je voelen dat je lichaam en hoofd sterk verbonden is. Je merkt bij deze werkwinkel eveneens dat iedereen ervaringen mee heeft, dat iedereen een binnenwereld heeft die ingeschakeld wordt.

 

VERLOOP

Even een korte uitleg om de ervaringscyclus en de kerncompetenties te duiden:

Leren is lichamelijk. Het is dus belangrijk leerlingen te leren om  heel bewust na te denken over die ervaringen en activiteiten. Ze kunnen hiervoor twee kerncompetenties inzetten: focussen en verbanden leggen. Dit cognitieve gereedschap gebruiken ze om in het verleden, heden en de toekomst van hun brein te duiken. De dynamiek tussen doen en denken is de kracht van wereldoriëntatie, en bij uitbreiding van ons onderwijs.​

PRIKKELEN: Bekijk de presentatie met beelden. Focus op de eerste lichtjes die gaan branden, in je hoofd en je lijf, bij het zien van de beelden. 

REFLECTEREN: Bespreek jullie eerste reacties, luister naar je binnen- en buitenwereld. Merkte je op dat je lichaam al voelt dat er iets fout zit voor je kan redeneren waarom? Ons lichaam voelt al voordat we kunnen denken. Dit is een hele krachtige motor in wereldoriëntatie. 

CAHIER GEBRUIKEN: Teken drie schema’s op de grond (ervaringscyclus, cognitieve tijdlijn, kerncompetenties). Onderzoek de vraag ‘Hoe verbind je het doen en het denken’ door op de schema’s te gaan staan en je te positioneren. Op die manier word je echt gestimuleerd om heel bewust die binnenwereld met je cognitief verleden te verbinden.

BRIL VAN HET KIND: Bekijk de beelden opnieuw maar met de bril van een kind uit je klas. Overleg met je collega's hoe kinderen met deze beelden aan de slag zouden gaan en welke volgende stappen je vanuit een ervaringsgerichte aanpak zou zetten. Maak hierbij gebruik van de schema's die je op de grond tekende.

VOORBEELD: Een foto waar twee t-shirts van Primark slechts 5€ kosten

Ervaringscyclus: Je ervaart een beeld. Je bedenkt je dat je misschien ook al eens kledij kocht aan een erg lage prijs. Je denkt verder na over het ethische aspect van die kledij en wil onderzoeken in hoeverre kledij van Primark in slechte arbeidsomstandigheden wordt gemaakt.

Cognitieve tijdlijn: Bij het zien van de foto gaan meteen lichtjes branden. Dit is informatie uit de binnenwereld. Die informatie is vaak gebaseerd op ervaringen uit het verleden, dingen die je ooit hoorde, gesprekken die je ooit had… Voor de ene zal dit beeld oproepen ‘Wauw, 5€ voor een t-shirt! Dat is goedkoop, moet ik hebben!’ Een ander zal zich bedenken ‘5€ voor een t-shirt kan toch helemaal niet, daar is iets niet pluis’. Elk van die bedenkingen zijn waardevol en kunnen een gesprek op gang brengen. Die eerste bedenkingen kan je wat stofferen met je voorkennis. Je gaat dus niet alleen op die eerste impulsen voortgaan maar systematisch focussen op wat je al weet rond dat onderwerp. Informatie rond kinderarbeid, zakgeld, ketens, economie, reclame zal snel naar boven komen. Tenslotte bedenk je hoe je kan te weten komen of kledij van Primark in slechte arbeidsomstandigheden wordt gemaakt.

 

Je kan deze oefening ook met de leerlingen doen.

Materiaal

 

Samen school maken

Deze website dient als inspiratie voor begeleiders en coördinatoren die werken met een cahier van FOPEM.

De implementatiegids vormt het belangrijkste onderdeel van de website en dient door alle scholen gebruikt te worden om het cahier W.O. te implementeren.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now