top of page

Grondhouding: enkele fragmenten uit het cahier cultuurbeschouwing

Bijgewerkt op: 23 apr.

  • Kijken naar het verschil en aandacht geven aan het verschil maakt dat het verschil recht heeft van bestaan. Het krijgt zijn plaats en het wordt bespreekbaar. (kompas ik) 

  • Oefening: vraag iemand om jouw uitingen over jezelf te noteren. Of luister je er liever zelf naar? (kompas ik) 

  • Niet in de val trappen van toerist of kleurenblind

  • Toerist: te veel nadruk op verschillen​

  • Bijv. nieuw kind in de klas uit Senegal => workshop Afrikaans koken of djembé spelen. Maar wat betekent ‘ik kom uit Senegal’ voor dat kind? Wat betekent – breder voor de klas – verhuizen? Wat is specifiek voor de plek waar jij woont?

  • Kleurenblind: te veel nadruk op gelijkenissen​

  • = We zijn allemaal gelijk, er zijn geen verschillen tussen ons. Nee! Verschil heeft recht van bestaan, dat erkennen en zien hoe dat jouw identiteit vormt.​

  • Bijv. "alle moslims" of "wij doen dat zo" Elk heeft eigen kompas, de betekenis en rituelen van bijv. bidden, vasten, trouwen, eten,… zijn voor iedereen een beetje anders

  • Kleurenblind = iemands ervaring niet erkennen

  • Overweeg je woorden, overweeg je beelden, denk eraan dat je het zelfbeeld van kinderen mee bepaalt. Ga eens in de schoenen staan van een kind en loop er eens een tijdje in de wereld mee rond. 

  • Vragen stellen om innerlijke dialoog van een kind op gang te brengen; door ook jouw innerlijke dialoog te delen: "Is dat een goed idee? Wat denk jij zelf?"

  • Een vraag met een vraag beantwoorden

  • Kind: "Je mag niet met je handen eten"

  • Begeleider: "Is dat zo?" of "Interessant. Waarom denk je dat?"

  • Op school leert het kind over de muren van de gezinscultuur heen te kijken. Wat doe je met botsende betekenissen en normen, met grenzen waar je op stoot? De bedoeling is om het verschil in het belang van het kind te overbruggen. Discussies over 'waarden' en 'principes' leiden zelden tot een goeie verstandhouding. Het is handiger om te onderhandelen over praktische afspraken, zoek naar de laag in het kompas waar je elkaar begrijpt. 

  • "De school mag geen voorbereiding zijn op het leven van later, ze moet het leven zelf zijn." (Dewey) 

  • Oefening: op wandel door de school. Hoe is de school een oefenplaats voor cultuur en cultuurbeschouwing? > welk soort lokalen of plekken zijn er? Drie minuten om meubels en muren te scannen. Zie je sporen van rituelen? Van feesten? Wat springt je in het oog? Wat had je niet verwacht? Wat verrast je? 

  • Oefening: welke rechten van het kind zien we weerspipegeld in de ronde/kring? In toonmomenten? In feesten? In klasdoorbrekende groepsmomenten? 

  • Beeld ego-eco 

  • [Vroeger] Kind merkt op: Hé, dat is een beetje anders. Ik: Ja, goed gezien. Knap. Einde verhaal. [Nu; mediërend]: Kind merkt op: Hé, dat is een beetje anders. Ik: Ja, ik zie je kijken en vergelijken. Vertel eens: wat is gelijk gebleven en wat is veranderd? Wat is gelijk en wat is verschillend? Een nieuw begin, een wereld gaat open. 

  • Mediërende vragen 'op wandel met een kaart' blz. 34

    • Als je hier naar kijkt, dan zie je wat ik bedoel met… Kijk goed. Waarom begin ik hier? (focus en wederkerigheid)

    • Heb je vroeger zoiets al gedaan? Wanneer is het nodig dat je op die manier werkt? Hoe verschilt of gelijkt dit op…? Wat je hier en nu leert, gebruik je ook een andere keer. (uitbreiding, transcendentie)

    • Ik zou het fijn vinden als je het eens zou proberen. Wat is belangrijk in je familie? (betekenis)

    • Ja, dit is juist, maar hoe wist je dat het juist was? (gevoel van competentie, bekwaamheid)

    • Wat denk je dat er zou gebeuren als…? (regulatie en controle van gedrag)

    • Zullen we eens kijken wat het probleem is? Vertel ons eens hoe je dat gedaan hebt (het samen delen)

    • Hoe voel jij je als…? Jij hebt een andere oplossing, mooi zo! (eigenheid)

    • Laten we een plan opstellen, zodat we niets vergeten (doelgerichtheid)

    • Kan je nog andere manieren bedenken om dit probleem op te lossen? Hoe kan je dat te weten komen? (uitdaging)

    • Wat dacht je toen je iets voor het eerst leerde? Ik ben ook veel veranderd, mensen zeiden dat ik nooit zou kunnen… (veranderbaarheid)

    • Hoe kunnen we hier een oplossing voor vinden? (optimistisch alternatief)

    • Kan je een voorbeeld geven wanneer je je als groep goed voelt? (gevoel ergens bij te horen)

  • De school als vrijplaats: kind kan op school zijn wie het is, worden wie het is. Het kan de context thuis achterlaten en kansen krijgen. Anderzijds ook ouders ondersteunen in het mediëren, verbinding tussen thuis en school. Het is belangrijk om samen met ouders te zoeken hoe ze culturele elementen kunnen terugvinden of herstellen. Het geloof in structurele veranderbaarheid vormt daarbij de start.  

  • Er bestaat maatschappelijke ongelijkheid. Dit heeft een impact op het existentiële welzijn, het leren en het zelfbeeld van het kind. Het is zo nodig om vooroordelen en maatschappelijke stereotypen meteen aan te pakken als ze zich voordoen. 

  • Ben jij je voldoende bewust van je innerlijk kompas? Ben je je er voldoende van bewust dat je handelt vanuit een eigen referentiekader?  

  • Cultuurbeschouwen is geen vak, maar een praktijk. Samen doen, ervaren, spreken naar aanleiding van zeer diverse situaties. Samen oefenen in het beantwoorden van vragen en kwesties bespreken die geen pasklaar antwoord kennen. Hoe kan je zo'n antwoorden verwoorden en vormgeven zodat je ze kan delen met elkaar? Gelijkenissen en verschillen benoemen om te begrijpen, om samenhang te ontdekken. Het is zien dat de plek waar je je bevindt en de tijd jouw werkelijkheid mee bepalen. 

  • Kinderen zijn zo vaak verwonderd. Uit verwondering en nieuwsgierigheid stellen ze vragen en doen ze uitspraken over alles om hen heen. Dat vraagt van ons - volwassenen - een empathische en onderzoekende houding. In deze houding zijn we model voor de kinderen. 

 

Bronnen niet uit het cahier maar sterke link met grondhouding

1 weergave0 opmerkingen

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Kommentare


bottom of page