top of page

Prikkels om met het team over na te denken

Bijgewerkt op: 8 mei

Teamfoto

(uit onze nieuwsbrief voor begeleiders, 12/10/21)

Hoe ziet jullie teamfoto of teamdag eruit? Zijn dat enkel de begeleiders of nemen jullie ook het secretariaat, de opvang, kinderverzorging en de poetsploeg mee? Hoe overleg je samen en hoe maak je effectief samen school?


Wie zie jij als jouw (dichte?) (verre?) collega's? Wat maakt jullie tot één hecht team? Hoe vindt iedereen er zijn warme, veilige plek? En wat kan je daar samen voor doen? Veel vragen die zeker interessante antwoorden kunnen opleveren. Succes!

 

Ook in Klasse stimuleren ze teamdenken en teamdoen. Als de vragen hierboven onvoldoende zijn, kan de zelftest hieronder misschien extra spraakwater geven.

 

 

Inspirerende cases: welke houding neemt de begeleider aan?

 

Lees en bespreek de praktijkverhalen in deze post. Waar herken je de vlieger, de kaart en het kompas?

 

Sociale choreografie

Stellingen één voor één voorlezen.

Geen interactie of reactie.

Enkel 'antwoorden' met je lichaam.

Stellingen sociale choreografie

Wie deze morgen een boterham met choco at, doet een stap naar voor. 

Wie deugd had van het weekend, roept yes. 

Wie de middelste is thuis, draait een toertje rond. 

Wie op dit moment een serie op Netflix volgt, loopt naar de muur en terug. 

Wie dit jaar afscheid moest nemen van een dierbare, legt zijn rechterhand op de borst. 

Wie vandaag hier helemaal alleen naar school is gekomen, steekt de vinger in de lucht. 

Wie op het platteland woont, springt omhoog. 

Wie al eens verdwaald is, springt nog hoger omhoog. 

Wie met een man samenleeft, doet een stap naar achter. 

Wie met een man getrouwd is, doet nog een stap naar achter. 

Wie nog werk heeft om het klaslokaal in orde te krijgen, tikt de grond. 

Wie kleuteronderwijs heeft gestudeerd, maakt een grote buiging. 

Wie thuis geen auto heeft, zwaait naar ons met zijn of haar linkerhand. 

Wie een hoofddoek draagt, kan die eens tonen nu. 

Wie een hond heeft, zwaait met zijn rechterhand. 

Wie deze week al ruzie heeft gemaakt, klapt in de handen. 

Wie in een groot huis woont, zet zijn of haar wijsvinger op zijn of haar neus. 

Wie van jazz houdt, roept ‘jazz’. 

Wie gestopt is met roken, klopt zichzelf op de borst. 

Wie ooit gepest werd en zin heeft om dat te delen, kijkt omhoog. 

Wie ooit iemand gepest heeft en zin heeft om dat te delen, kijkt omlaag. 

Wie een bril draagt, legt een hand op de schouder van een buur. 

Wie in een God gelooft, gaat op één been staan. 

Wie de knaldrang voelt en het voorbije weekend een concert, theater of film meepikte, gaat zitten. 

Wie graag in de tuin werkt, zwaait met beide handen. 

Wie gescheiden ouders heeft, legt de handen op het hoofd. 

Wie niet goed kan zwemmen, gaat liggen op de grond. 

Wie vroeger lang haar had, trekt aan zijn of haar linkeroor. 

Wie veel vrienden heeft, trekt aan zijn of haar rechteroor. 

Wie zijn kinderen naar een jeugdbeweging stuurt, zet de handen in de zij. 

Wie weet wat anomalie betekent, draait zich om. 

Wie een tattoo heeft, mag die tonen als hij of zij wil. 

Wie al in Amerika is geweest, steekt een hand op. 

Wie super graag mango eet, loopt naar de deur en terug. 

Wie dure kleren koopt, buigt door de knieën. 

Wie dit jaar op skivakantie is geweest, doet twee stappen naar voor. 

Wie van anderen te horen krijgt, dat hij of zij creatief is, trommelt op de buik. 

Wie van zijn of haar land houdt, gaat zitten op de grond. 

Voor wie zondag ook een werkdag is of soms kan zijn, zoekt oogcontact met een linkerbuur. 

Wie zich gelukkig voelt, mag dat met een glimlach laten zien. 

Wie een vast sportritme heeft, mag in de handen klappen. 

Wie jaloers is op mensen die een vast sportritme hebben, mogen ook in de handen klappen. 

Wie een appartementje aan de kust heeft, zegt ‘iedereen altijd welkom’. 

Wie nog nooit sushi heeft gegeten, springt opzij. 

Wie jonger is dan 25, geeft iemand anders een hand. 

Wie dit een fijne opdracht vond, zegt met een open warme blik dankjewel. 

Wie dit een minder fijne opdracht vond, zegt uit beleefdheid ook dankjewel.  

Bewust worden: van cultuur naar cultuur beschouwen

"Wij doen de hele dag door cultuurbeschouwing." Maar is alles wat we doen dan cultuurbeschouwing? Aan de hand van een korte beschrijving van situaties in de klas of school kan je je afvragen welke kansen jij ziet - of juist laat liggen - om aan cultuurbeschouwing te doen. We delen vijf smaakmakers met situaties - die wellicht herkenbaar zijn - en hoe ze een moment van cultuurbeschouwing worden. Zie jij het ook?


Met dank aan Patricia Otte


Recht op redelijke aanpassingen: religie

Dit artikel van Dr Yousra Benfquih gaat over het recht op redelijke aanpassingen, en de mogelijke uitbreiding daarvan naar andere identiteitsgronden, zoals religie. 

 

Racismewijsheid

In deze podcastaflevering van Buiten de Krijtlijnen vertelt Naima Charkaoui (auteur van Racisme – over wonden en veerkracht) over racisme en racismewijsheid in ons onderwijs en hoe je als leerkracht kan reageren.

 

Docatlas deelde in het kader van de dag/week van de leerkracht kennisclips omtrent diversiteit in het onderwijs; meertaligheid, anderstalige nieuwkomers, zelfzorg en ook ‘Inzetten op diversiteit en inclusie in de kleuterklas’. Eva vertelt in een kort filmfragment waarom (onderzoek over het) inzetten op het beperken van vooroordelen bij jonge kinderen zo belangrijk is en wat je daarbij als leerkracht kan doen.


'Onderwijs begint bij lastige vragen'

Fragment uit interview van Klasse met Ignaas Devisch (bron)


Is filosoferen moeilijk voor kinderen?
“Onderschat ze niet. Ze formuleren net die vragen waar ‘grote mensen’ (nog) niet aan uit zijn, die we niet meer durven stellen. Zeker jonge kinderen hebben geen schrik om dwaas of naïef over te komen. Wij wel. Soms kaatsen we snel wat moeilijke vakkennis of namen terug. Daarmee overtuigen we kinderen dat we slim zijn. Maar wat zijn ze met die taaie theorie die hun petje ver te boven gaat? Ze willen bijleren.”
“Dat niet elke vraag een pasklaar antwoord heeft, hoort erbij. De zin ‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit’ van Gerard Walschap duidt dat zo mooi. Als je met dat kennisgat, dat onbegrip leert omgaan, krijg je niet bij elke tegenslag het gevoel dat de wereld op je hoofd valt. De wereld is niet rechtvaardig.”
“Op een beloningssysteem waarin goeie mensen langer mogen leven dan slechte moeten we niet wachten. De Socrates in mij doet me beseffen dat hoe meer ik weet, hoe meer grenzen er aan mijn kennis zijn. Dat vind ik een mooie basisattitude om in onderwijs te staan. Filosofie is dan hét instrument samen wegwijs te geraken in de wereld.”

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

27 weergaven0 opmerkingen

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Commentaires


bottom of page