top of page

Kiezen voor een inclusieve werkplek

Bijgewerkt op: 23 apr.

Standpunt FOPEM - november 2023

Deze tekst is een eerste poging om aantal gedachten en standpunten bij elkaar te brengen. Voel je vrij om feedback te geven en tips of vragen als opmerking te noteren. 


Aanleiding

De leergemeenschap van coördinatoren besprak op 20/11/2023 een leervraag van één van onze scholen: zijn er collega's met een hoofddoek aan de slag en (hoe) moet je dit duiden? De antwoorden van de coördinatoren en de discussie die erop volgde, kan je in het verslag nalezen. In onze kring bleek al snel dat deze vraag veel verder reikt dan het gepolariseerd hoofddoekenverbod en het debat beter gaat over de kracht van en het streven naar een inclusieve samenleving. Het stelde gerust dat FOPEM vanuit zijn missie en visie resoluut kiest voor inclusie en dus helemaal geen 'probleem' heeft met het dragen van hoofddoeken in en voor de klas. Hieronder geven we een aantal handvaten en kapstokken die dit standpunt concreter kunnen maken.  In dezelfde periode kwam het hoofddoekendebat weer helemaal terug in de media naar aanleiding van een Belgische rechtszaak. Het Europees Hof van Justitie besliste op 28 november 2023 dat overheden religieuze tekens mogen verbieden op het werk. Een artikel met een aantal reacties op deze opvallende uitspraak, vind je onderaan in bijlage. 

 

Uitgangspunt: inclusief diversiteitsbeleid 

Een instelling of organisatie kan zelf kiezen welk beleid men hier voert. FOPEM richt zich op een inclusieve samenleving en wil dat ook zichtbaar maken op school. FOPEM voert een inclusief diversiteitsbeleid samen met zijn leerlingen, ouders en personeelsleden. Dit betekent dat iedereen een plaats krijgt op school, ongeacht origine, etniciteit, religieuze en levensbeschouwelijke achtergrond, … waarbij leerlingen, ouders en personeelsleden bijgevolg vrij zijn om zichtbare religieuze of filosofische symbolen te dragen. 

 

Mensenrechten 

Onze seculiere samenleving baseert zich op een aantal grondwetten die de rechten van de mens moet garanderen. In dit dossier beroepen we ons op vrijheid van geloof en geloofsbeleving. Of het bovenliggende idee van vrije meningsuiting dat gewaarborgd moet worden. Ook zelfbeschikking is een grondrecht. Iedereen is baas over eigen lichaam en kan zich ook kleden zoals ze1 wil. Het al of niet dragen van religieuze symbolen behoort tot je persoonlijke vrijheid. Iemand die vrijheid ontnemen, is discriminatie. 

 

Neutraliteit 

Bovengenoemde rechten kunnen mogelijks botsen met het neutraliteitsprincipe dat die godsdienstvrijheid moet waarborgen. Beide uitgangspunten kunnen in conflict komen of verschillende interpretaties genereren. Voor leerlingen gelden de grondrechten van vrijheid van godsdienst en vrije meningsuiting. Maar geldt dit ook voor de begeleiders (of andere personeelsleden) op school? In officieel gesubsidieerde instanties speelt namelijk het idee van neutraliteit. Men verwacht dat personeelsleden zich neutraal opstellen en eigen overtuigingen of ideeën niet opdringen. Bepaalde instanties kiezen daarom voor bijvoorbeeld een hoofddoekenverbod. 


Het neutraliteitsbeginsel staat niet letterlijk in de grondwet maar komt wel voor in verschillende wetteksten en decreten. Nergens wordt echter benoemd hoe je dat principe in de praktijk moet uitwerken. Vandaar dat er verschillende interpretaties naast elkaar blijven bestaan. Men spreekt over exclusieve neutraliteit versus inclusieve neutraliteit. Bij dat eerste wordt er wel een verbod aan gekoppeld, bij het tweede laat men wél religieuze symbolen toe. Wie kiest voor inclusieve neutraliteit gaat ervan uit dat de ambtenaar of begeleider die de overheid of het pedagogisch project vertegenwoordigd, een afspiegeling is van de diverse samenleving. Hier geldt geen verbod op veruiterlijkingen. Enkel de geleverde dienst moet neutraal zijn. Of concreter voor onderwijs, van de begeleider wordt verwacht dat hij goed onderwijs geeft. 


FOPEM kiest voor die inclusieve neutraliteit. Die neutraliteit vertaalt zich in het uitvoeren van de job maar niet in kledij of andere uiterlijke kenmerken en het al of niet dragen van religieuze of filosofische symbolen. Onze begeleiders zijn professioneel en onpartijdig in hun relatie met leerlingen, ouders en collega's. Ze omarmen diversiteit en gaan zonder oordeel in dialoog. Dat neemt niet weg dat hun eigen identiteit er niet toe doet en hun ideeën geen stem mogen krijgen. In de meerstemmigheid van de diverse klasgroep mag de stem van de begeleider uiteraard ook een plaats krijgen. Hieronder leggen we uit waarom onderwijs op die manier nooit echt neutraal kan zijn.  


Onderwijs is nooit neutraal 

Onderwijs gaat altijd over het waartoe, het wat en het hoe. Er is idealiter een samenhang tussen bedoelingen, inhouden en methoden. De bedoeling of zingeving wordt zichtbaar in de missie en visie en vertelt iets over het kindbeeld of het mens- en maatschappijbeeld van de school. Op die manier beken je kleur en wordt onderwijs ook ideologisch. Denk maar aan de basisslogan van FOPEM waarin we streven naar een sociale en rechtvaardige samenleving. Op die manier willen we ons verhouden tot de wereld en in actuele debatten onze stem laten horen. Een aantal van onze pedagogische pijlers hebben daarom ook een bredere, maatschappelijke betekenis: coöperatief werk, inspraak en verantwoordelijkheid, geëngageerde houding... 


Ook op het niveau van de begeleider is onderwijs nooit volledig neutraal. Alle personeelsleden brengen (eerste voelspriet) hun talenten, expertise, ideeën en overtuigingen mee naar de school. Ze verhouden zich tot het pedagogisch project en tot de wereld vanuit die geëngageerde houding. Elk personeelslid handelt en spreekt vanuit haar kompas Cultuurbeschouwing (zie verder). De meervoudige identiteit die we als vertrekpunt nemen bij de kinderen, geldt dus ook voor alle andere actoren (begeleiders, ouders, …) op de school. 

  

Discriminatie 

Een algemeen verbod is nooit een goed idee. Wie het neutraliteitsprincipe gebruikt om de hoofddoek te verbieden (exclusieve neutraliteit), kiest dus eigenlijk voor uitsluiting en discriminatie. En mort op die manier aan een aantal essentiële grondwetten. Door mensen het dragen van een hoofddoek te verbieden, veroordeel je hun manier van leven en denken. Hun identiteit en overtuiging krijgt geen plaats op school en in de samenleving. De uitsluiting wordt ook heel concreet: wie hoofddoeken bant, brengt ook het recht op onderwijs en het recht op werk in het gedrang. Het hoofddoekendebat gaat dus over uitsluiting van bepaalde bevolkingsgroepen of geloofsgemeenschappen. 


Actief pluralisme 

In een pluralistische samenleving mag iedereen in respect voor elkaar ongedwongen uitkomen voor de eigen identiteit. Toegepast op onderwijs, spreken we dan over pluralistisch onderwijs. Een pluralistische school komt tegemoet aan de levensbeschouwelijke, godsdienstige en filosofische diversiteit, waarbij leerlingen van diverse levensbeschouwelijke achtergrond leren samenleven en samenwerken. Het pedagogisch project van de gemeentelijke scholen in Vlaanderen is in de meeste gevallen pluralistisch. Ook de provinciale scholen en het vrij niet-confessioneel onderwijs zijn grotendeels pluralistisch. Voor FOPEM zit het pluralisme zelfs mee in de visie en het letterwoord.  


Het is de vraag in welke mate een hoofddoekenverbod te rijmen valt met het principe van actief pluralisme. Actief pluralisme houdt een algemene aanvaarding van diversiteit in, verscheidenheid is daarin een vertrekpunt. Door een (welbepaald) deel van deze diversiteit uit de scholen te weren, doe je niet aan actief pluralisme, maar wel aan actieve uitsluiting. Niemand legt zijn identiteit af bij het betreden van de school. De school stelt zich open en verdraagzaam op en is nieuwsgierig hoe leerlingen, ouders en begeleiders denken en leven. Zonder oordeel stimuleren ze op die manier een open dialoog waar verschillen en gelijkenissen startpunt zijn voor gesprek.  


Emancipatie 

Emancipatorisch onderwijs is onderwijs dat inzet op persoonsvorming. Leerlingen worden uitgedaagd om zichzelf te leren kennen en te ontwikkelen als unieke personen. Ze mogen kritisch leren denken over zichzelf en de wereld. De toekomstige nieuwe generatie krijgt inspraak en verantwoordelijkheid. Ze verhouden zich tot die wereld en geven die wereld mee vorm. Onderwijs is geen dressuur waarin leerlingen slaafs volgen wat de leerkracht zegt en denkt. Het gaat niet over reproductie of aanpassing.  Emancipatie gaat over vrijheid en gelijkheid.  De leerling is een zelfstandig en zelfdenkend wezen dat zijn eigen stem gaandeweg ontwikkeld. Emanciperen is loslaten en ‘volwassen’ (laten) worden. In emanciperend onderwijs willen we iedereen gelijk en vrij behandelen.  


Op volwassen niveau blijft dat idee overeind. Een maatschappij die inzet op emancipatie kiest voor vrijheid en gelijkheid en wil onderdrukking of uitsluiting bannen. Onze personeelsleden in deze case hebben (net zoals onze leerlingen) zelf de keuze om al of niet een hoofddoek te dragen. Zowel een verplichting als een verbod vertrekt vanuit macht of onderdrukking en ondermijnt dus het idee van emancipatie. Bepaalde stemmen verantwoorden een verbod omdat een hoofddoek voor hen symbool staat voor vrouwenonderdrukking. Maar dergelijk verbod kan dus ook contraproductief zijn: hoewel het zogezegd is ingesteld met de bedoeling de rechten van vrouwen te beschermen, werkt het net hun emancipatie en volwaardige deelname aan de maatschappij tegen. 


Cultuurbeschouwing 

FOPEM heeft sinds 2016 een eigen leerplan Cultuurbeschouwing (www.cahier-fopem.be). De PBD ontwikkelde de kaart en het kompas en schreef een cahier waarin die visie nog verder uitgewerkt en geïllustreerd wordt. We gaan actief met meervoudige identiteit aan de slag en spreken zonder oordeel over waarden, normen, rituelen, gewoontes…  Wie je bent en wat je doet, hangt van vele dingen af: jouw persoonlijkheid, je roots, de context... Van generatie op generatie wordt cultuur doorgegeven. De school brengt al die culturen samen en zet zaken in perspectief. Met respect én nieuwsgierigheid willen we onszelf en de ander beter leren kennen. In een open dialoog benoemen we gelijkenissen en verschillen en doen we op die manier aan cultuur beschouwen. Leerlingen worden uitgedaagd om met aandacht te kijken, afstand te nemen, andere ideeën in overweging te nemen en van perspectief te wisselen. De school (en de maatschappij) moet recht doen aan vele stemmen en situaties ontwerpen waarin leerlingen (en begeleiders) initiatief kunnen nemen om de samenleving samen te organiseren. Op die manier maken we concreet en actief werk van emancipatie en persoonsvorming. 


Diversiteit is voor FOPEM eerder een rijkdom dan een last. We zijn blij dat de diversiteit van onze samenleving zich weerspiegelt op school en in de klas. Het creëert natuurlijke oefenkansen om met anderen in contact te komen en de dialoog telkens opnieuw aan te gaan. Die diversiteit willen we op alle niveaus in onze organisatie stimuleren. Dus ook bij ons personeel en in ons team is iedereen welkom en gaan we positief met meervoudige identiteit aan de slag.  

  

Toch nog spanningen? 

Uit voorgaande is duidelijk dat FOPEM kiest voor een inclusief diversiteitsbeleid en hier eerder over kansen dan over lasten spreekt. Dat neemt niet weg dat de praktijk geen uitdagingen kent en er nog vragen en discussies mogelijk zijn. Hieronder illustreren we de complexiteit van dit thema aan de hand van drie concrete praktijkvoorbeelden. Gebruik ze op je school om zelf het debat aan te gaan en samen met alle betrokken partijen te blijven zoeken hoe je pluralistisch en emancipatorisch onderwijs vorm kan geven. 

  1. Mag een werknemer met een hoofddoek ook weigeren om vlees op te scheppen in de refter? Met de inclusieve neutraliteit doen we geen uitspraak over de persoon en hoe die zich wil uitdrukken en kleden. Maar we verwachten wel een neutraliteit in de geleverde diensten. Elk personeelslid werkt mee aan het pedagogisch project van de school en oefent zijn job en taken uit zoals die verwacht worden. Jouw identiteit of achtergrond mag geen reden zijn om je taak onvolledig of foutief uit te voeren. Iemand die vegetarisch is, zal ook die reftertaak opnemen. Anderzijds is het niet onmogelijk dat teamleden onder elkaar afspraken hebben over gedeelde taken en persoonlijke voorkeuren. Zelfzorg en teamzorg gaan hand in hand. In empathische werkomgevingen houdt men graag rekening met elkaar en zijn uitzonderingen bespreekbaar. Collega’s die omwille van gezondheidsredenen liever geen te late shifts draaien maar dan op andere momenten extra inzetbaar zijn. Of een collega met een grote angst voor water, die liever niet meegaat zwemmen. Op dezelfde manier zou de moslima in deze case met collega’s kunnen afspreken en het toezicht in de refter wisselen met een ander toezicht.  

  1. Mogen jongens de klastaak ‘vegen’ op vrijdag weigeren? Thuis hebben ze geleerd dat poetsen het werk is van de mama’s en de zussen. Je kan respect hebben voor de thuiscultuur en tegelijk ook vormgeven aan een eigen schoolcultuur. Kinderen kunnen die verschillende ideeën makkelijk naast elkaar laten bestaan: wat op school gebeurt, is thuis soms anders en omgekeerd. Op die manier stimuleren we de persoonsvorming en ontdekt het kind zijn eigen stem. De dialoog zonder oordeel voeren blijft belangrijk. De leerkracht en de klas veroordeelt niet hoe die jongen daar over denkt en spreekt. Tegelijk legt de leerkracht wel uit waarom de klastaken in de klas wel samen worden opgenomen en daar geen verschil tussen jongens en meisjes wordt gemaakt. Trek dit gesprek open en bekijk samen waar die verschillen wel en niet belangrijk zijn en wie daar wel of niet mee akkoord gaat. (Mogen jongens dansles volgen? Verdienen onze mama’s even veel geld als onze papa’s? Kunnen meisjes van jongens winnen in de sportles? Dragen jongens ook make-up?)  

  1. Moet ik een gebedsruimte voorzien voor een collega die over de middag wil bidden? Geloofsbeleving behoort tot de privésfeer. In de pluralistische school is er tolerantie voor alle (geloofs)overtuigingen maar wordt godsdienst niet actief gepraktiseerd. Bidden doe je thuis of in een kerk of moskee. Wat een werknemer in zijn pauze doet, staat hem natuurlijk vrij. Bepaalde collega’s willen graag iets gaan eten over de middag. Andere collega’s trekken zich liever eventjes terug. Of iemand dan nood heeft aan een yoga-oefening of een gebed, maakt op zich niets uit. Maar de werknemer kan niet verwachten dat de school hiervoor middelen of inspanningen levert of ruimtes speciaal inricht. 

Achtergrond en bijlages

Spreken over hoofddoeken in de klas: materiaal ter inspiratie

 Spreken over hoofddoeken met volwassenen: leestips


-----------------------------------------------------------------------------------------------


Ik mocht mijn hoofddoek nog dragen, maar werd verbannen naar de backoffice.’ Overheid mag hoofddoek verbieden op het werk, zegt Europees Hof 

 

Overheden mogen religieuze tekens zoals hoofddoeken verbieden op het werk, zo heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld naar aanleiding van een Belgische rechtszaak. Moslima’s hier vrezen dat een hele groep zo buitenspel gehouden wordt. ‘Als overheden de hoofddoek niet toestaan, is dat voor kleine bedrijven ook een reden om het niet te doen.’ 

 

Asli Bassozen (37) mocht geen hoofddoek op het werk dragen: ‘Het voelt hypocriet om je eigen identiteit te moeten verbergen om geld te verdienen’ 


‘Je kunt op je kop gaan staan. Maar als je je hoofddoek wil aanhouden, zal het hier niet lang meer duren.’ Dat kreeg Asli Bassozen (37) te horen toen ze twee weken voor het einde van haar moederschapsverlof voor een vergadering naar het kantoor werd uitgenodigd. Even daarvoor hadden haar collega’s haar bij het babybezoek voor het eerst met een hoofddoek gezien. 


Twee jaar lang droeg ze overal een hoofddoek. Behalve op kantoor, waar ze werkte als rekruteerder voor een consultancybedrijf. ‘Elke dag kwam ik er binnen door een lift met een grote spiegel. Daar zag ik mezelf een ander masker opzetten. Het voelt hypocriet om je eigen identiteit te moeten verbergen om geld te verdienen.’ 

Na twee jaar kwam er een directiewissel. Bassozen kaartte de kwestie opnieuw aan, en haar nieuwe baas zag deze keer geen graten in haar hoofddoek. Toch bleef er iets knagen bij Bassozen. Want hoewel zij nu wel een hoofddoek mocht dragen, moest ze kandidaat-consultants die kwamen solliciteren vragen of ze die wilden afzetten voor de job. 


Toen ze opnieuw in ouderschapsverlof ging en er een nieuwe directiewissel kwam, kwam een harde boodschap. Terwijl ze afwezig was, waren twee andere rekruteerders aangeworven. ‘Ik mocht mijn hoofddoek nog dragen, maar zou verdwijnen naar de backoffice. Een enorme teleurstelling.’ Bassozen vertrok. Door haar ervaring bij het consultancybedrijf besefte ze dat de zoektocht naar een nieuwe job een pak moeilijker zou verlopen omwille van haar hoofddoek. Dus begon ze zelfstandig als fitnesscoach te werken. 


Dat het Europees Hof geoordeeld heeft dat overheden hoofddoeken mogen verbieden bij ambtenaars, raakt een gevoelige snaar. ‘Als overheden de hoofddoek niet toestaan, is dat voor kleine bedrijven ook een reden om het niet te doen. Dat is precies het argument dat mijn bazen me gaven.’ 


Soehaila Lakhbyaz (29) mocht geen klanten meer zien: ‘Het is niet omdat iemand een hoofddoek draagt, dat die niet professioneel is’ Lakhbyaz begon een hoofddoek te dragen in het eerste jaar aan de hogeschool. ‘Ik was op zoek naar een houvast, en die vond ik toen in mijn religie. Toen groeide bij mij het verlangen om dat ook te uiten. Een hoofddoek dragen voelde dan heel logisch.’ 


In haar studentenjob in een elektrozaak vonden ze die keuze minder evident. De hr-dienst liet haar weten dat ze die niet kon dragen omdat ze in contact kwam met klanten. ‘Opeens werd mijn job louter administratief en verloor ik alle plezier. Mijn prestaties gingen daardoor ook achteruit.’ Na een tijd kreeg ze te horen dat ze niet meer ingepland werd als jobstudent. Toen ze na haar studies op zoek ging naar werk, stootte ze vaak op hetzelfde probleem: ze kwam alleen in aanmerking voor jobs achter de schermen. ‘Nochtans vind ik contact met klanten net het leukste aspect. Maar voor die jobs werd ik keer op keer geweigerd.’ 


Uiteindelijk kwam er beterschap, toen ze ging solliciteren als orthopedagoog bij CAW Antwerpen. ‘Daar hebben ze een heel duidelijk beleid dat een hoofddoek is toegestaan. Dat was een enorme verademing.’ Ze benadrukt dat haar verhaal geen uitzondering is. Ze zag hetzelfde bij tientallen andere moslima’s toen ze voor haar stage vrouwen met een migratieachtergrond bijstond in hun zoektocht naar werk. ‘Een hoofddoekenverbod wordt altijd verdedigd door te verwijzen naar neutraliteit. Dat zie je ook bij deze uitspraak van het Europese Hof. Voor mij slaat dat nergens op. Het is niet omdat iemand een hoofddoek draagt, dat die niet neutraal kan handelen.’ 

Ze betreurt dat deze Europese uitspraak mensen kan tegenhouden om te gaan voor de jobs die ze willen. ‘Ik heb geluk gehad met mijn werkgever. Maar ik vind het pijnlijk om te zien hoe moslima’s die een publieke functie willen niet in aanmerking komen door hun kleding.’ 


Hafsa El-Bazioui (36) ziet geen reden om haar beleid te veranderen: ‘In Gent kiezen we voor inclusieve neutraliteit’ 


‘Voor ik voor de overheid ging werken, heb ik ook bij verschillende organisaties een job misgelopen omdat ik een hoofddoek draag,’ zegt Hafsa El-Bazioui (Groen). ‘Gelukkig kreeg ik in het stedelijk onderwijs en bij de dienst personeelszaken van de stad wel de kans om mijn talenten te ontwikkelen. Ik weet dus hoeveel het kan betekenen als iemand kijkt naar je competenties, en niet je uiterlijke kenmerken.’ Twee jaar geleden werd ze schepen van Personeel, Jeugd, Facilitair Management en Internationale Solidariteit in Gent. Daarmee werd ze ook de eerste Vlaamse schepen met een hoofddoek. ‘In het begin was daar heel veel aandacht voor. Het ging soms amper over de inhoud.’ Bij haar aanstelling kreeg El-Bazioui heel wat doodsbedreigingen. Die keerden terug toen ze zich gemengd had in een debat op VRT over diversiteitsbeleid. Ze diende daarvoor een klacht in bij de politie. ‘Gelukkig is het contrast groot met wat ik ervaar in mijn dagelijks functioneren. Tijdens werkbezoeken en ontmoetingen met Gentenaars merk ik dat mensen me zien als schepen die er voor alle Gentenaars is. Dat lijkt mij maar de normaalste zaak van de wereld.’ Ook zij volgt met aandacht de uitspraak van het Europese Hof, dat aangeeft dat overheden religieuze tekens als hoofddoeken mogen verbieden als ze een neutrale omgeving willen creëren. ‘Het is belangrijk dat het Hof nog steeds ruimte laat over hoe we die neutraliteit interpreteren. In Gent kiezen we voor inclusieve neutraliteit. We rekruteren op basis van competenties, en vinden dat er uiterlijke verschillen mogen zijn zonder dat de neutraliteit daardoor in het gedrang komt. De basis zou toch moeten zijn dat elke overheid kansen biedt aan de burgers, in plaats van burgers uit te sluiten.’ 

 

Jorn Lelong, HUMO en De Morgen - 30 november 2023 

1 weergave0 opmerkingen

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Kommentarer


bottom of page