7. Vijf voelsprieten

Hoe doe je dat nu precies 'ervaringsgericht werken'? Daar is geen pasklaar antwoord op. We kunnen alle tips, ideeën en inspiratie hierrond wel structureren in een behapbaar kader, namelijk de vijf voelsprieten.

Duur

Het duurt gemiddeld 3 uur om de filmpjes te bekijken en de opdrachten te doen.

Materiaal

Leerboekje

Onepager voelsprieten

W.O.-waaier

Korte inhoud

Ervaringsgericht werken is niet zomaar 'iets doen'. Je maakt gebruik van je vijf voelsprieten. Ze zijn alle vijf even belangrijk om de wereld binnen te brengen bij leerlingen. De vijf voelsprieten zijn een kwaliteitscriterium voor je ervaringsgerichte werking.

Vorig hoofdstuk 

Werken aan wereldoriëntatie doe je op drie sporen: de vaste werking, ervaringsgericht werken vanuit de groep, gestuurd aanbod vanuit de begeleider. Als die in evenwicht zijn kan je garanderen dat de minimumdoelen bereikt worden.

Filmpje: hoe kan je ervaringsgericht werken?

Korte inhoud filmpje: 

Herinner je nog de kinderen die naar de vogel aan het raam kijken terwijl de leraar vooraan hun aandacht op de wereldbol probeert te houden? Die natuurlijke methode, dat ervaringsgericht werken is en blijft de essentie. We willen dat zo veel mogelijk maar vooral zo goed en kwaliteitsvol mogelijk realiseren. Want ervaringsgericht werken is niet gemakkelijk.

Je bent goed bezig want je snapt al die essentie van die ervaringscyclus en van dat natuurlijk leren. Maar wat moet je nu precies doen van 8u30 tot 15u30 in je klas? Logisch dat je hier wat over panikeert. Je kan blijven groeien, niemand is ooit klaar met bijleren in hoe je ervaringsgericht te werk gaat. Maar er zijn wel een aantal handvaten en tips die je kan inoefenen om goed ervaringsgericht werk te doen.

Doorheen de implementatie zijn we heel wat tips, inspiratie en ideeën tegengekomen rond ervaringsgericht werk. We hebben die verwerkt in een kader, namelijk de vijf voelsprieten

Kennisclip: ervaringsgericht werken met vijf voelsprieten

Korte inhoud filmpje: 

We pleiten voor ervaringsgericht onderwijs dat beklijft. Dit verhoogt immers het welbevinden en de betrokkenheid van onze leerlingen. We doen dit door het verhaal van de leerling te verrijken, verbreden of verdiepen met behulp van de vijf voelsprieten. Het kan ook helpen de interesses en talenten van het team vast te leggen en op basis daarvan een soepele leerlijn uit te tekenen. 

De eerste voelspriet zijn je eigen interesses en talenten. Op basis van je eigen kennis, nieuwsgierigheid, vaardigheden kan je inhaken op het verhaal van de leerling (bv. vogels, basketbal, gitaar…). Deze voelspriet kan je maximaal ontwikkelen door jezelf te zijn en te blijven verrijken. 

Het pedagogisch project van de school vormt de tweede voelspriet. Denk bijvoorbeeld aan de democratische waarden van de school, engagement, gelijkwaardigheid… Je kan deze voelspriet aanscherpen door de schoolvisie in team te bespreken en hoe dat in de klas aan te pakken. 

De omgeving is een gevarieerde en veelomvattende voelspriet. Het kan gaan over de eigen klas en speelplaats, maar ook over de verschillende kansen in de omgeving zoals bossen, cultuur, mogelijkheden tot ouderparticipatie… Scherp deze voelspriet aan door al deze kansen vast te leggen in een omgevingsboek. 

De vierde voelspriet is verhalen en ervaringen. Het is belangrijk om te leren luisteren, zodat de ervaringen van de kinderen maximaal verrijkt kunnen worden. Kinderen leren ook verschillend, dus is reflecteren op de onderwijstechnieken een meerwaarde. Ontwikkel de voelspriet door in groep te reflecteren over jullie technieken en luistermethodes. Ook het bekwamen in de verschillende kijkwijzers (ervaringscylcus, leerspiraal…) zal hierbij helpen. 

Ten slotte vormen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen de vijfde voelspriet. Via de W.O.-waaier heb je snel een overzicht welke verdiepingskansen een ervaring biedt. Je kan ook de pictogrammen uithangen in de klas en met de leerlingen bespreken wat al vaak en minder vaak aan bod kwam. Daarnaast is het ook belangrijk dat je de doelen goed kent om deze voelspriet maximaal te ontwikkelen. Tot slot kan je als team ook de werking van de school onderzoeken en zodoende achterhalen waar er aan welke eindtermen gewerkt wordt. 

Filmpje: nooit klaar, blijven groeien!

Korte inhoud filmpje: 

Er bestaat geen eindpunt waarop je alles weet van ervaringsgericht werken en niets meer kan bijleren. Het is een blijvende zoektocht: jij verandert, je klas verandert, de wereld verandert dus je werking ook. Maar die voelsprieten bieden wel een mooi kader om die overdaad aan info en kansen wat te structureren in je hoofd. 

De vierde voelspriet, namelijk werkvormen en techniek om echt dat verhaal systematisch te gaan verrijken, is waarschijnlijk de moeilijkste want vanuit je lerarenopleiding heb je daar waarschijnlijk weinig rond gezien. Deze online training zet extra in op die vierde voelspriet.

De vijfde voelspriet, namelijk ontwikkelingsdoelen en eindtermen, is een 'moet'. Die moet er zoveel mogelijk inzitten. 

Vragenlijst: jouw voelsprieten

De vijf voelsprieten zitten allemaal in jou! Maar het is logisch dat de ene al wat scherper staat dan de andere. 

Onepager voelsprieten

Noteer voor jezelf kort in je leerboekje wat elke voelspriet betekent (je haalt dus je voorkennis op). Lees daarna de onepager over de vijf voelsprieten volledig door. Welke voelspriet kon je moeilijk omschrijven in je leerboekje? Welke definitie kon je heel vlot onthouden.

Opdracht: voelsprieten herkennen

Hieronder zie je een filmpje uit Freinetschool Klimop uit Oostkamp. In de klas van Tomas start de groep telkens met een kringgesprek. Hoe zet hij z'n voelsprieten maximaal in om doelgericht ervaringsleren mogelijk te maken? Waarom maakt hij die keuzes denk je? Noteer in je leerboekje.

 

We geven er al eentje weg: door gebruik te maken van de werkvorm kring/ronde (de vierde voelspriet) krijg je onbewerkte, spontane verhalen en kan je met de hele groep inzoomen op één vraag. Tegelijk installeer je gemeenschappelijke voorkennis.

Opdracht: voelsprieten versterken

In de vragenlijst van daarnet kon je aangeven welke voelspriet het sterkst en het zwakst is bij jou op dit moment. We hebben een uitgebreid inspiratiedocument (dat blijft groeien) met allerlei tips en ideeën per voelspriet. Dat document is echter gigantisch groot en je verdwaalt er gemakkelijk in. Daarom pikken we er enkele highlights uit, je ziet ze in de lijst hieronder.

Deelopdracht 1: jouw zwakste voelspriet aanscherpen

Wat had je in de vragenlijst aangeduid als zwakste voelspriet?

Lees de tips in de lijst hieronder bij jouw zwakste voelspriet.

Neem er één tip uit die je echt ziet zitten, waar je energie bij voelt. 

Formuleer zo gedetailleerd mogelijk hoe je deze tip gaat uitproberen. Gebruik hiervoor de SMART-checklist (zie foto hieronder).

2020-09-07 - PBD - Steekkaart doelstellingen formuleren.png

Tips bij de vijf voelsprieten

2021-03-04 - PBD - Onepager voelsprieten.png

Eigen interesses en talenten

1. Brainstorm bij de start van een activiteit geregeld eens op jouw volwassen niveau. Welke poortjes gaan automatisch bij jou open? Wat wil jij als volwassene graag weten en bijleren? Jouw enthousiasme en leerhonger werkt aanstekelijk!

2. Laat iemand in jouw dichte omgeving (je ouders, je partner, je collega, je vriend(in), je broer of zus, je buur, ...) een prent kiezen uit deze lijst die volgens hem of haar perfect toont wie jij bent.

2021-03-04 - PBD - Onepager voelsprieten.png

Pedagogisch project

1. Snor de visietekst, pedagogisch project en/of missietekst van de school op. Een 'goede' visietekst geeft antwoord op de waarom-, hoe- en wat-vraag. Lees de tekst(en) door en ga na in welke mate die drie vragen beantwoord zijn. Waar zit jij nog op je honger? Welke info wil je nog inwinnen bij het team?

Een sterke pedagogische visie vertelt:

waarom jullie school bestaat, waar jullie in geloven en van dromen, waarom jullie de dingen doen die je doet

 

hoe jullie die mooie droom realiseren, welke lerarenstijl belangrijk is, hoe jullie concrete technieken en methodieken aanpakken

 

wat je concreet kan zien gebeuren op school, wat bewijst dat jullie droom werkelijkheid wordt, wat je hoort/voelt/ziet/ruikt/proeft als je de school binnenstapt

2. Doe met de ouders van je klas de handoefening tijdens een klasvergadering. Zo krijg je niet alleen vanuit teksten maar vanuit verhalen mee wat het pedagogisch project van de school is.

Er hoort een vraag bij elke vinger van de hand. Je kan vragen aan de ouders om eerst hun vijf antwoorden individueel te noteren of vraag per vraag met de hele groep overlopen.

2021-03-04 - PBD - Onepager voelsprieten.png

De omgeving

De natuur en de wereld rond ons zijn onze leermeester! We leren over en vooral in de wereld.

 

1. Maak zelf een wandeling met de W.O.-waaier door de straat of buurt van de school. Inventariseer kansen zoals een garagist, een gebouw van 100 jaar oud, een uniek verkeersbord, een vogelnest, een bejaarde buurvrouw, een standbeeld, een kinderdagverblijf, een groentenwinkel, een natuurgebied, een spoorweg, een brug, een beek, een jaartal op een gevel, een slogan aan iemands raam, een overvolle glascontainer,...

2. De omgeving inzetten gaat ook over uitdagend en breed denken: Wat klinkt als…? Wat is groter dan…? Wat is steviger dan...? Wat is ouder dan...? Zo betrek je andere leergebieden en deeldomeinen en werk je geïntegreerd.

 

3. Bekijk de documentaire over risicovol spel. Wat doet dit met jou? Hoe sta je hier tegenover?

4. Denk na over hoe je kinderen laat zoeken in boeken met behulp van deze publicatie.

voelspriet 4.png

Verhalen en ervaringen systematisch verrijken

Deze voelspriet vergt het meest oefening. 

1. Er bestaan heel wat werkvormen en kijkwijzers om de verhalen en ervaringen van kinderen systematisch te verrijken. Wees steeds alert voor drie kwaliteitscriteria. We gebruiken werkvormen die de kinderen stimuleren om initiatief te nemen, om de wereld te beleven en om zelf te onderzoeken. Uit het Geheim van de Flipperkast weten we dat kinderen veel meer en dieper leren uit complexe vraagstukken die ze zelf onderzoeken.

2. Onderzoek wat je vindt van een concept als Grej of the day. Dit is een microles om sturend en toch prikkelend een aanbod te doen als begeleider (bijv. in spoor 3).

3. De drie belangrijkste werkvormen zijn kring/ronde, werkstuk/onderzoek en project. We ontwikkelden voor deze drie werkvormen een publicatie met tips en kwaliteitscriteria. Uiteraard zijn er via De Reeks van de freinetbeweging ook zeer waardevolle boeken rond deze technieken.

Kring of (praat)ronde

Onderzoek of werkstuk

Project 

Voelspriet 5.png

Ontwikkelingsdoelen en eindtermen

1. Hang de pictogrammen van de deeldomeinen of de mindmap op in je klas en betrek kinderen bij het bedenken van onderzoeksvragen.

2. Ook soms wat stress of onzekerheid rond het deeldomein techniek? In deze cahiernieuwsbrief worden je technische voelsprieten helemaal op punt gezet!

3. Voer met de kinderen een gesprek waarin je vertelt dat inspraak gelijk staat met verantwoordelijkheid. Ze zijn verantwoordelijk voor hun eigen leren. Als ze willen leren over een onderwerp, dan kunnen ze er de mindmap van de WO-waaier bij nemen en aanduiden waarover ze al veel geleerd hebben. Van daaruit denken ze na over welke andere domeinen ze nu nog kunnen leren binnen hun gekozen project.

4. Je kan de mindmap uit de W.O.-waaier (blz. 6) afdrukken, lamineren en uithangen in de klas. Projectnamen schrijf je naast de kernwoorden op de mindmap. Zo zien leerlingen welke thema's al veel aan bod kwamen en welke nog niet. Zo maak je hen mee verantwoordelijk voor hun eigen leerproces.

Deelopdracht 2: jouw sterkste voelspriet delen

Wat had je in de vragenlijst aangeduid als sterkste voelspriet?

Bedenk een tip voor collega's die moeite hebben met die voelspriet. 

Deel die tip in de padlet hieronder.

Opdracht: voelsprieten oefenen

Lees de case hieronder.

Op wandel naar het zwembad

Met haar graadsklas is begeleidster Elke op stap naar het zwembad. Ze doen deze wandeling van anderhalve kilometer tweewekelijks het ganse jaar door. De tocht gaat vlak door het centrum en er is altijd wel iets te zien onderweg. Vandaag heel zeker ook. In een drukke straat zien ze een enorm gat in de weg. Die was er vorige keer nog niet. Er staan hekjes voor en verkeersborden met blauwe pijlen en rode cirkels. De kinderen zijn meteen gefascineerd en willen in de put kijken. Hij is best wel diep en een aantal kinderen zien onderaan zwarte en oranje buizen liggen. Er staat in de straat van alles klaar en er lopen werkmannen rond met schoppen en spades. Het is vies en vuil en nat. En er zijn machines die veel lawaai maken. Elke is ook enthousiast en voelt de animo bij haar kinderen verder stijgen. Ze blijven een tijdje kijken en het gesprek schiet alle kanten uit. Een werkman spreekt hen aan: "Dat is nogal een diepe put hé!'" Bram reageert meteen: "Is dat een gat van een bom, mijnheer?'" De werkman lacht: "De oorlog is al een tijdje voorbij hé manneke." En tegen Elke zegt hij: "Een waterlek, we moeten nog uitzoeken wat er precies gebeurd is..." Elke neemt met haar gsm een aantal foto's en stapt dan met haar klas verder naar het zwembad. Haar hoofd staat niet stil.  Wat kan ze hier straks mee in de klas?

Hoe zou jij deze case verrijken vanuit jouw voelsprieten? Vul het formulier hieronder in en deel je idee met ons. Binnen de week krijg je feedback van de pedagogische begeleidingsdienst.

Zwarte vloerlamp

Reflectiemoment

Hoofdstuk 7 is bijna afgerond!

Tijd voor een reflectiemoment.

Neem er je leerboekje bij.

  1. Je hebt vanalles gezien, verkend, opengeklikt, ... We geven je een ultimatum: je mag maar één iets uitproberen in je klas morgen. Wat kies je?

  2. Omschrijf zo gedetailleerd mogelijk hoe je dit gaat aanpakken. Gebruik hiervoor de SMART-checklist.

Hoofdstuk 7 'Vijf voelsprieten' is voltooid! Klik op de pijl om verder te gaan naar hoofdstuk 8 'Rol van de leraar'