STAP 1: aangename kennismaking

De school bevindt zich in het begin van het implementatieverhaal. Elk teamlid dient onderstaand leerpad te doorlopen om het cahier W.O. goed te leren kennen. Deze oefening duurt gemiddeld 2 uur en een half.

Gebruik de groene pijlen bovenaan en onderaan elke pagina om naar een vorige of volgende oefening te gaan.

Cahier W.O.

Lees het cahier W.O. een eerste keer door.

Podcast: uitleg cahier W.O.

Beluister de uitleg over de inhoud van het cahier W.O. Neem er je cahier bij. Maak eventueel aantekeningen in je eigen cahier W.O.

Quiz cahier W.O.

Misschien voelt het cahier nu nog wat theoretisch aan voor jou, maar dat is zeer normaal. Elke begeleider heeft dit gevoel gehad. Doorheen deze oefening zal de theorie stap voor stap duidelijker worden. Het cahier W.O. is echt een werkinstrument, schrijf het dus gerust vol. Zo meteen kan je een quiz over het cahier W.O. invullen. Dit is bedoeld als leerstrategie: je werkgeheugen werkt actief en hard om de zonet opgedane kennis vast te pakken en te sorteren in je hoofd. Op die manier raakt het in je lange termijn geheugen.

Je verankert dus de kennis in je lange termijngeheugen door jezelf even te toetsen.

Klik in het venster hieronder op 'formulier invullen'. Er opent zich een ander venster terwijl deze cahierwebsite blijft open staan. Op het einde van de quiz kan je - als je dat wil - jouw antwoorden downloaden als PDF-document.

Filmpje: onderwijsstappen concreet maken

Korte inhoud filmpje:

De onderwijsstappen zijn echt de basis van hoe ervaringsleren in het hoofd en lijf van de kinderen gebeurt. Als je die weet te herkennen en te stimuleren dan ben je super goed bezig!

Onepager: terminologie van het cahier in een notendop

Het cahier brengt heel wat nieuwe terminologie met zich mee. We hebben dit samengevat in een overzichtelijke onepager. Print die gerust af en bewaar die in je cahier. 

Opdracht: concretiseer de onderwijsstappen

De onderwijsstappen zijn echt je gereedschap om wereldoriëntatie doelgericht en ervaringsgericht aan te pakken. Reden te meer om ze goed in te oefenen. In de podcast kon je horen hoe de onderwijsstappen toegepast werden op de seizoenen. Kies zelf een case die leeft in je klas en werk die uit met behulp van de onderwijsstappen. Maak eventueel gebruik van de tips hieronder. Schrijf je case uit.

Ervaringsleren kan zowel spontaan als gestuurd verlopen.

Dit kader is een bril die je kan opzetten en weer kan afdoen: de werkelijkheid verloopt grilliger en onvoorspelbaarder dan dit model. 

Je kan op eender welk punt starten, maar het meest diepgaande leren wordt vooral gestimuleerd wanneer je start met ervaren of doen.

Bij het reflecteren blik je samen terug op die specifieke situatie en context. Bij het conceptualiseren denk je breder, los van de situatie.

Zoek naar talige én niet-talige manieren om te reflecteren en te conceptualiseren. De muzische deeldomeinen zijn hier een goed aanknopingspunt.

Ervaringscyclus
2. Ervaringscyclus.jpg

Voorkennis activeren doe je best zo actief mogelijk: kinderen overleggen in duo's, maak samen een mindmap, werk in op de verschillende zintuigen, laat kinderen zelf via een quizvraag, toneel of raadsel de voorkennis van hun klasgenoten ophalen. (meer tips over productieve leerstrategieën)

De kerncompetenties focussen (= verdiepen) en verbanden leggen (= verbreden) kan je expliciet maken naar de klas, eventueel met behulp van een vaste metafoor die je steeds gebruikt: we nemen er onze microscoop bij, we zetten onze verrekijker op.

Leer kinderen focussen op hun binnenwereld door hen eerst het antwoord of hun ideeën te laten noteren of tekenen en pas daarna te delen met anderen. 

Kijk met kinderen naar de toekomst door de vraag te stellen: Wanneer ga je tevreden zijn?

Probeer meteen na deze fase al even stil te staan bij wat ze leerden door de (gezamenlijke) brainstorm, wat ze leerden uit hun binnenwereld, wat ze leerden over hoe hun hoofd werkt.

Cognitieve tijdlijn
3. Cognitieve tijdslijn.jpg

Maak de drie zones bespreekbaar met de kinderen: wanneer zit je in luilekkerland, in groeiland of in paniekland?

Je merkt dat kinderen in hun zone van naaste ontwikkeling werken als er betrokkenheid is: ze zijn geconcentreerd en geïnteresseerd, hun motivatie is groot, ze genieten van het bijleren en willen steeds meer onderzoeken of te weten komen.

Werken in de zone van actuele ontwikkeling of luilekkerland is niet altijd slecht: je kan er extra aandacht geven aan automatiseren. Toch kan je hier ook differentiëren: leg het eens uit aan iemand anders, verzin een ander voorbeeld, maak een tekening of mindmap en laat die door iemand anders uitleggen.

In deze fase ga je maximaal differentiëren: aan het ene groepje kan je zeggen Zoek maar op, ga maar aan de slag. Voor het andere groepje bereid je dingen voor en ga je erbij zitten.

Zone van naaste ontwikkeling
4. Zone van naaste ontwikkeling.jpg

Denk aan de hersenen als een flipperkast: het balletje springt in het rond en raakt alle kanten aan. Door veel contacten te maken, vergroot je de trefkansen. Door de bal zolang mogelijk in de kast te houden, spelen we hogere scores. Hoe vaker een draadje in je hersenen geactiveerd wordt, hoe sterker en dikker de verbinding wordt. Denk aan de geit die elke dag door de weide stapt waardoor er vanzelf een pad ontstaat.

Met de leerspiraal maak je samen met de groep en al gaande (dus niet te veel op voorhand) doelen. Leer kinderen dat er steeds een werkwoord in moet staan: niet Ik wil paarden maar wel Ik wil een paard verzorgen.

De leerspiraal zoals die hier staat afgebeeld blijkt in de praktijk niet zo'n handig instrument. De organisatie SAM ontwikkelde een veel bruikbaardere waaier waar er bij elk cognitief niveau voorbeeldvragen, producten en vaardigheden staan.

Leerspiraal
5. Leerspiraal.jpg

In het cahier W.O. staan de ontwikkelingsdoelen en eindtermen in een tabel en in hun volledig uitgeschreven vorm. De W.O.-waaier is handiger: er is een mindmap van de clusters, de doelen zijn korter en duidelijker omschreven, de waaier heeft een handig formaat.

Tijdens een kringgesprek, onderzoek, leerwandeling, project, atelier,... kan je kinderen bewust laten aangeven in welk deeldomein en rond welk kernwoord ze bezig zijn op dat moment. Geef het goede voorbeeld en benoem hoe je een vraag kan verbreden. Hang bijvoorbeeld de picto's of de mindmap op in je klas.

De eindtermen zijn de verre vlag op de berg die pas op het einde van het 6e leerjaar bereikt moeten worden. Gebruik de leerspiraal (of de waaier van Bloom) om af te dalen van die berg en een doel te formuleren dat in de zone van naaste ontwikkeling ligt.

Denk eraan om betekenisvol te werken: situeer een vraag sociaal, maatschappelijk, historisch, ruimtelijk, technisch, natuurlijk.

Soepele leerlijn

De balans tussen 'natuurlijke nieuwsgierigheid' en 'de wereld binnen brengen' is eigenlijk het verhaal van Jef & Jos

Coöperatief werken kan je stimuleren door geregeld gebruik te maken van coöperatieve werkvormen. Begin met een eenvoudige zoals 'overleg in duo' of 'wandel en wissel uit'. Let bij zo'n werkvormen steeds op de GIPS-principes: 

  • Gelijke deelname: iedereen werkt even hard

  • Individuele aanspreekbaarheid: iedereen is mee verantwoordelijk dat de werkvorm goed verloopt

  • Positieve wederzijdse afhankelijkheid: de kinderen hebben elkaar nodig om de opdracht te kunnen doen, iedereen moet z'n steentje bijdragen anders lukt het niet

  • Simultane actie: de kinderen zijn tegelijk actief bezig, ze moeten niet (lang) op hun beurt wachten

Jullie onderzoek, vraag of project heeft liefst zo vaak mogelijk een maatschappelijke link. Probeer in de uitwerking steeds iets te doen voor de school, de buurt, de wereld. Zo zet je in op engagement. Bijv. een protestposter over hoe onveilig het verkeer is aan de school, bij het thema 'radio' kunnen jullie radio gaan maken in het opvangcentrum voor vluchtelingen, samen zwerfvuil rapen in de straat.

Visie op onderwijzen en leren

Voorbeeld

Lees het voorbeeld bij de visie op onderwijzen en leren. Wat vind je inspirerend? Wat zie je zelf haalbaar in je klas? Reflecteer en noteer.

6. Visie op onderwijzen en leren.jpg

In FOPEM-school De Zevensprong in Leuven onderhouden de leerlingen van de eerste graad wekelijks een publieke moestuin vlakbij. Ook kinderen van een nabijgelegen organisatie werken hier aan mee. Aan het begin van het schooljaar is er steeds een oogstfeest waar hapjes gemaakt worden met de groenten uit de tuin.

Coöperatief: er is een samenwerkingsverband met organisaties buiten de school. De leerlingen werken klasoverschrijdend in de moestuin want ook de kleuters komen hier geregeld kijken en helpen. Iedere leerling kan er op zijn/haar manier bezig zijn, ieders talent krijgt er een plaats.

Geëngageerd:  er is een engagement naar het pedagogisch project (1) van de school. Op de site van de Zevensprong staat te lezen ‘Kinderen onderzoeken samen de wereld en de samenleving. Ze doen dit zelfstandig, kritisch en met respect’. Door de leerlingen in de volksmoestuin te laten werken wordt dit pedagogisch project van de Zevensprong levend. Er is ook een engagement naar elke leerling (2). Ieder kind krijgt in deze groene omgeving de kans om in zijn/haar zone van naaste ontwikkeling te leren. Deze omgeving stimuleert met andere woorden het leren. In dit voorbeeld merk je ook een engagement naar en van de begeleider zelf (3). De persoon die de coördinatie en begeleiding van dit project op zich neemt, voelt zich namelijk nauw verbonden met alles wat groen, duurzaam en milieuvriendelijk is. Ze houdt dus rekening met haar eigen professioneel buikgevoel: authenticiteit en tegelijk een stap verder durven zetten in je eigen ontwikkeling als geëngageerde professional. Tenslotte is hier ook een engagement naar de samenleving (4) toe. Er wordt meegewerkt aan een ecologisch en biologisch initiatief.

Betekenisvolle taken: Dit project staat met beide voeten in de wereld. Leerlingen ervaren er de link met het dagelijkse leven. Hier komt de wereld ook in al haar facetten en complexiteit op de leerlingen af. Er is contact met mensen van buiten de school, met het verkeer (op de tocht naar de moestuin), met de natuur, met elkaar. Leerstof wordt dus niet in kleine stukjes opgedeeld maar in al haar complexiteit aangeboden.

Inspraak en verantwoordelijkheid: De leerlingen hebben inspraak in hoe de moestuin beheerd en verzorgd wordt, tegelijk dragen ze hier ook de verantwoordelijkheid voor. De leerlingen dragen in dit project ook een stukje de verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces, het is op dat moment deels aan hen om zich te verrijken en nieuwe kennis/vaardigheden op te doen.

Reflectiemoment

  1. In de opdracht werkte je een thema uit met de onderwijsstappen. Op welke onderwijsstap wil je je graag extra focussen de komende dagen? Hoe ga je dit doen?

  2. Welke onderwijsstap is nog wat onduidelijk voor jou? Schrijf je vraag zo helder mogelijk uit. Trek in de komende dagen eens aan de mouw van je cahiercoach of een andere collega om hier samen over in gesprek te gaan.

  3. Bedenk een geheugensteuntje of maak een stiekeme post-it om in je klas te hangen. Op die manier herinner je jezelf eraan om de onderwijsstappen in te zetten in de klas.