DOEL

dialoog stimuleren over onderscheid tussen vaste werking, project en les op de eigen school

Vaste werking
Leerlingen kunnen op heel veel verschillende manieren eindtermen voor wereldoriëntatie bereiken. In de meeste scholen ontdekken we vaak drie pistes: (1) vaste werking van de school (2) projecten en onderzoekjes (3) afgebakende lessen.  We maken deze pistes duidelijk met een fictief voorbeeld.

Uitleg

(1) Elke week is er een kookactiviteit bij ons op school, op de speelplaats is een fietsparcours geschilderd en we hebben een grote tuin waar de leerlingen kampen kunnen bouwen. Techniek en verkeer komen dus vlotjes aan bod in onze vaste werking bij alle leerlingen. Alle kleuters werken ook met timmer- en watertafels.

 

(2) In elke klasgroep lopen er onderzoekjes en grotere projecten. Die gaan over allerlei thema's, vaak door de leerlingen zelf aangebracht. Onze begeleiders hebben de eindtermen goed in hun vingers. Zo kunnen ze tijdens onderzoekjes en projecten kansen aangrijpen om naar bepaalde eindtermen toe te werken. Tijdens een project over het Oude Egypte werd er sterk gefocust op het wiskundige en creatieve aspect, de leerlingen bouwden zelf een piramide. De begeleider zag echter ook kansen voor een geografische duiding. Ze opperde het idee voor een inleefdag waarbij ze extra aandacht besteedde aan het klimaat in Noord-Afrika en de invloed daarvan op de leefgewoonten.  Onze projecten zijn dus duidelijk een samenspel van vraaggestuurde- en aanbodgestuurde activiteiten.

 

(3) Soms gebeurt het dat er zich geen kansen voordoen tijdens die projecten om sommige eindtermen te bereiken. Een klassieker is provincies in leefgroep 4. Daarom merken we toch dat de begeleider van leefgroep 4 bijna elk schooljaar een aanbodgestuurde les moet geven over de provincies van België.

 

In deze derde stap van het implementatieproces focussen we ons op de eerste piste uit het voorbeeld. Dit noemen we vanaf nu de vaste werking. Die vaste werking kan zowel gaan over ruimtelijke keuzes (een tuin, fietsparcours op de speelplaats), over activiteiten (koken, kippen verzorgen, jaarlijkse bosklassen) en over pedagogische keuzes (zelfsturing en zelfstandigheid stimuleren bij leerlingen, duurzaam schoolbeleid). 

FOTO'S

Ben je meer een beelddenker? Hieronder vind je enkele foto's die de uitleg bij deze drie pistes ondersteunen.

VASTE WERKING

Een moestuin op school

Een fietsparcours op school

Vaste afspraken om conflicten op te lossen

Wekelijkse kookactiviteit

PROJECT bijvoorbeeld Oude Egypte

Deeldomein natuur komt vanuit kinderen aan bod

Deeldomein techniek komt vanuit kinderen aan bod

Deeldomein ruimte komt vanuit begeleider aan bod

Projectplanning

LES

Provincies komen vanuit begeleider aan bod

Elk jaar een project rond reclame bij oudste leefgroep

Nog niet helemaal mee?

“In onze school kiezen we er bewust voor om vanuit de kinderen te werken en aan te sluiten bij hun leefwereld. Daar komen prachtige dingen uit voort. Maar als we beslissen om de eindtermen als leidraad te nemen, omdat dat ‘moet’, dan schakelen we dat ervaringsgerichte uit. Waar zijn we dan nog mee bezig?”

Doelgericht werken en ervaringsgericht werken, het lijken twee uitersten. Maar spreken ze elkaar echt tegen? Kan je ervaringsgericht aan doelen werken? Kan je doelgericht de ervaringen van leerlingen benutten? Je voelt het al: het is een schijnbare paradox.

In de visie op onderwijzen en leren die de FOPEM-scholen samen opmaakten, wordt dezelfde spanning vermeld.

'FOPEM-scholen geven hun onderwijs vorm vanuit een dynamiek tussen de natuurlijke nieuwsgierigheid van mensen en het appèl om de wereld binnen te brengen bij elkaar. We proberen een evenwicht tussen deze onderwijsbronnen na te streven. Zowel nieuwsgierige vragen als verrijkende aanbiedingen kunnen vanuit leerlingen, begeleiders, ouders of anderen komen. Samen trachten FOPEM-scholen elke vraag te beantwoorden om zo een sociale en rechtvaardige samenleving mee uit te bouwen.'

De spanning die je dus voelt tussen 'mee gaan met ervaringen van kinderen' en 'ingrijpen in het proces en zelf een aanbod doen' is normaal. Het is moeilijk, misschien zelfs onmogelijk, en eigenlijk ook onwenselijk om die spanning op te lossen. Hoe ga je dan wel om met die spanning? Je maakt gebruik van jouw professioneel buikgevoel (of: je professionele intuïtie, of je pedagogisch oordeel, of...). Het professioneel buikgevoel is een term die we als pedagogische begeleidingsdienst zelf bedachten. We gebruiken het om aan te tonen dat begeleider zijn niet bestaat uit een puur wetenschappelijk en rationeel handelen maar evenmin steunt op ingevingen van het moment. Professionalisering en nieuwe inzichten sijpelen in je handelen, het zijn nieuwe ideeën die je aan jouw voorkennis koppelt. Iedereen combineert dus objectieve, wetenschappelijke info met persoonlijke overtuigingen en ervaringen. Op die manier groeit je pedagogisch oordelen. Het lijkt intuïtief te gebeuren, maar is steeds gegrond op wat je eerder al wist of verzamelde. Dus de eindtermen goed in de vingers hebben, voedt jouw professioneel buikgevoel. Je bekwamen in technieken om ervaringsgericht met kinderen aan de slag te gaan ook. Op die manier ontwikkel je een feeling om inspiratie uit de eindtermen in te zetten in datgene wat jullie op dat moment samen willen doen in de klas

Samen school maken

Deze website dient als inspiratie voor begeleiders en coördinatoren die werken met een cahier van FOPEM.

De implementatiegids vormt het belangrijkste onderdeel van de website en dient door alle scholen gebruikt te worden om het cahier W.O. te implementeren.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now