Ervaringsgericht werken bij ons op school oefening 1

Leerlingen kunnen op veel verschillende manieren eindtermen voor wereldoriëntatie bereiken. In de meeste scholen ontdekken we vaak drie sporen. In de vorige stap hadden we het over het eerste spoor, nl. de vaste werking. In deze vierde stap focussen we voornamelijk op het tweede spoor, nl. ervaringsgericht werken met de klasgroep.

DOEL

- ronde/werkstuk/prijct waarderen als cruciale werkvormen voor W.O. in methode-onderwijs

- gemeenschappelijke taal creëren/updaten 

Ervaringsgerichte didactiek
Leerlingen kunnen op heel veel verschillende manieren eindtermen voor wereldoriëntatie bereiken. In de meeste scholen ontdekken we vaak drie pistes: (1) vaste werking van de school (2) ervaringsgericht werken vanuit de klasgroep (3) sturing door de begeleider.  In deze vierde stap van het implementatieproces hebben we het vooral over dat tweede spoor. Vergeten wat deze drie sporen precies inhouden? Ga terug naar uitleg 1 van stap 3.

Uitleg

Wie ervaringsgericht werkt, wil het proces van welbevinden en betrokkenheid op gang houden. Er zijn verschillende technieken om dat te doen, maar het belangrijkste is je brede blik en alertheid voor dat welbevinden en die betrokkenheid. Je merkt bij de leerlingen dat ze betrokken zijn als geconcentreerd en geïnteresseerd zijn, als hun motivatie groot is, als ze genieten van het bijleren en steeds meer willen onderzoeken of te weten komen. Je werkt dan namelijk in de zone van naaste ontwikkeling (één van de onderwijsstappen uit het cahier W.O.). 

EXTRA

Kenmerken van betrokkenheid: concentratie, energie, complexiteit en creativiteit, mimiek en houding, persistentie, nauwkeurigheid, reactietijd, verwoording, voldoening. Werk je in de zone van actuele ontwikkeling dan treedt er eerder verveling dan betrokkenheid op. Ga je over de grens en werk je niet meer in die zone van naaste ontwikkeling, dan trekt een kind zich terug in z'n veiligheidssysteem en kan er faalangst optreden. (bron)

Die betrokkenheid en dat welbevinden kan je stimuleren door in te zetten op een stimulerend klasklimaat (sfeer tussen de kinderen en tegenover de begeleider, structuur en regels), door aandacht te zijn voor de lerarenstijl die je aanwendt (alert voor de beleving van kinderen, stimulerend tussenkomen, autonomie verlenen) én door je vijf voelsprieten aan te scherpen om het verhaal en de ervaring te verbreden, verrijken en verdiepen. Elke begeleider heeft die voelsprieten in zich! In deze oefening kijk je als team in de spiegel en spreek je af hoe jullie de voelsprieten willen versterken.

Opdracht 1

Bekijk met het team het filmpje over Jef en Jos: twee begeleiders die een andere stijl hebben maar wel allebei met het cahier W.O. aan de slag gaan. - link naar het filmpje

Bespreek kort wat er bij iedereen opkwam. Wie voelt zich soms meer Jef (ervaringsgericht) en wie voelt zich vaak meer Jos (doelgericht)? Hoe ga je om met die spanning? 

Bekijk daarna het filmpje over de vijf voelsprieten om ervaringsgericht te werken. - link naar het filmpje

Elk teamlid noteert voor zichzelf welke voelspriet heel scherp staat en welke een beetje naar de achtergrond verdwijnt. Bespreek in een rondje. Vullen jullie elkaar goed aan? Is er een specifieke voelspriet waar het hele team graag meer in versterkt wil worden?

Spreek af hoe jullie de voelsprieten van het team zullen versterken. Je vindt concrete tips en doorkliklinken bij veelgestelde vraag 9.

Opdracht 2

Verzamel jullie afspraken, richtlijnen en systemen over de ronde, over onderzoekjes/werkstukken en over projectwerking en spreid deze uit op tafel. Het team verdeelt zich in duo's. Elk duo neemt een document of materiaal van de tafel en bespreekt dit onderling. Mogelijke manieren om materiaal te bespreken zijn:

- SWOT-analyse: wat vind je sterk en zwak aan het document/de afspraak? Waarin zie je kansen en valkuilen?

- Abstract-concreet: Beoordeel het document/de afspraak eerst op een abstract niveau. Strookt het met jullie visie als school? Leunt het aan bij hoe jullie naar kinderen en naar leerprocessen kijken? Beoordeel het document/de afspraak daarna op een concreet niveau. Is het praktisch materiaal? Begrijpt en gebruikt het hele team het materiaal op dezelfde manier?

SMART-analyse: SMART staat voor specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. Is de bedoeling van het materiaal duidelijk en afgebakend? Zijn er duidelijke criteria die je helpen bepalen wanneer het doel bereikt is? Is het materiaal werkbaar en aanvaard(baar) door het hele team? Is het doel van het materiaal realistisch om met kinderen in een bepaalde periode te bereiken? Is het materiaal bruikbaar in een afgebakende tijdperiode zoals een week, maand of trimester?

Elk duo geeft heel kort hun beoordeling van het materiaal.

Beantwoord als groep na elk verhaal steeds de volgende drie vragen:

Staat het team nog steeds achter deze afspraak/ dit materiaal/dit systeem?

Past de afspraak/het materiaal/het systeem nog bij ons pedagogisch project?

Wordt het nog steeds door iedereen (op een kwalitatieve manier) gebruikt?

Concludeer hoe jullie verder willen en hoe het team zich blijvend kan versterken in ervaringsgerichte didactiek. Je vindt hieronder materiaal om je te inspireren.

 
 

De pedagogische begeleidingsdienst organiseert vier jaar op rij enkele opeenvolgende nascholingen:

ronde > rondevraag > werkstuk/onderzoek > project. Je vindt de vergaarde inzichten en het ontwikkelde materiaal hieronder:

Verslag nascholing DE RONDE

Verslag nascholing RONDEVRAAG

Verslag nascholing WERKSTUK/ONDERZOEK

Schrijf je in voor de nascholing rond PROJECT

1.

Wat is de plaats van de ronde in je werking? We verzamelden enkele sprekende praktijkvoorbeelden en mogelijke antwoorden uit onze FOPEM-scholen. Die kan je lezen in deze nieuwsbrief.

2.

In de ronde kan je de LSD-techniek hanteren: luisteren, samenvatten, doorvragen. Je leest een voorbeeld van een rondegesprek over de knieschijf. Merk je hoe de begeleider de vraag van de leerling verrijkt met behulp van verschillende technieken?

3.

Blijkt het moeilijk om projecten rijk en leergebiedoverschrijdend aan te pakken? Een handig planningsschema werd ontwikkeld in De Torteltuin in Poperinge en wordt door heel wat FOPEM-scholen gebruikt.

4.

De W.O.-waaier is een veelzijdig instrument dat je op heel wat manieren in je klas kan inzetten. Je leest in veelgestelde vraag 3 hoe je dit kleine boekje kan gebruiken.

5.

Heb je al van Grej of the day gehoord? Het is een microles die draait rond een ding van de dag. Het geeft je de kans om zelf leerstof aan te brengen die niet meteen vanuit de leerlingen aan bod komt én het speelt in op nieuwsgierigheid van de leerlingen. Ideaal om te gebruiken in spoor 3!

6.

Tijdens werkstukken, onderzoeken of projecten gaan de leerlingen vaak aan de slag met bronmateriaal. Maar wat is een goed boek? Hoe verwerken we teksten? Waar en wanneer werken kinderen met digitale informatie? Wat zijn passende portaalsites? En wat is de rol van de leraar in dit complexe proces? Zoeken in boeken verzamelt enkele ideeën en antwoorden 

7.

FOPEM-school De Buurt gaat voor ervaringsgericht projectonderwijs, en dat al meer dan dertig jaar. Tim en Anne schreven in 2016 een uitgebreid artikel over wanneer een kind met plezier werkt en leert. Ze hebben het uitgebreid over hun projectwerking. Je kan het artikel hier lezen.

8.

We organiseren het hele schooljaar vormingen om sterker te worden in ervaringsgericht werken. Ontdek ons nascholingsaanbod of vraag onze ondersteuning bij een begeleiding op maat. Je ontdekt ook steeds allerlei inspirerend bronmateriaal in onze bibliotheek.

9.

 

Samen school maken

Deze website dient als inspiratie voor begeleiders en coördinatoren die werken met een cahier van FOPEM.

De implementatiegids vormt het belangrijkste onderdeel van de website en dient door alle scholen gebruikt te worden om het cahier W.O. te implementeren.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now