DOEL

- plan opstellen dat past in bredere jaarplan

- veilig gevoel creëren

- teamleden aanspreken op verantwoordelijkheid

Soepele leerlijnen: een plan
Vanuit het gesprek uit de vorige oefening(en) heeft de groep zicht gekregen op de noden en verwachtingen voor soepele leerlijnen. In deze laatste oefening van stap 4 helpen we jullie een plan op te stellen.

Opdracht

In de vorige oefeningen stonden analyse en gesprek steeds centraal. Jullie dachten na over de visie van jullie school, jullie kregen zicht op de vaste werking die bijdraagt aan wereldoriëntatie en jullie spraken over projectwerking en deeldomeinen. Verzamel al dit verrichte werk voor je in deze oefening een plan opstelt.

1. Doelgericht vs. ervaringsgericht

“In onze school kiezen we er bewust voor om vanuit de kinderen te werken en aan te sluiten bij hun leefwereld. Daar komen prachtige dingen uit voort. Maar als we beslissen om de eindtermen als leidraad te nemen, omdat dat ‘moet’, dan schakelen we dat ervaringsgerichte uit. Waar zijn we dan nog mee bezig?”

Doelgericht werken en ervaringsgericht werken, het lijken twee uitersten. Maar spreken ze elkaar echt tegen? Kan je ervaringsgericht aan doelen werken? Kan je doelgericht de ervaringen van leerlingen benutten? Je voelt het al: het is een schijnbare paradox.

 

In de visie op onderwijzen en leren die de FOPEM-scholen samen opmaakten, wordt dezelfde spanning vermeld.

'FOPEM-scholen geven hun onderwijs vorm vanuit een dynamiek tussen de natuurlijke nieuwsgierigheid van mensen en het appèl om de wereld binnen te brengen bij elkaar. We proberen een evenwicht tussen deze onderwijsbronnen na te streven. Zowel nieuwsgierige vragen als verrijkende aanbiedingen kunnen vanuit leerlingen, begeleiders, ouders of anderen komen. Samen trachten FOPEM-scholen elke vraag te beantwoorden om zo een sociale en rechtvaardige samenleving mee uit te bouwen.'

De spanning die je dus voelt tussen 'mee gaan met ervaringen van kinderen' en 'ingrijpen in het proces en zelf een aanbod doen' is normaal. Het is moeilijk, misschien zelfs onmogelijk, en eigenlijk ook onwenselijk om die spanning op te lossen. Hoe ga je dan wel om met die spanning? Je maakt gebruik van jouw professioneel buikgevoel (of: je professionele intuïtie, of je pedagogisch oordeel, of...). Het professioneel buikgevoel is een term die we als pedagogische begeleidingsdienst zelf bedachten. We gebruiken het om aan te tonen dat begeleider zijn niet bestaat uit een puur wetenschappelijk en rationeel handelen maar evenmin steunt op ingevingen van het moment. Professionalisering en nieuwe inzichten sijpelen in je handelen, het zijn nieuwe ideeën die je aan jouw voorkennis koppelt. Iedereen combineert dus objectieve, wetenschappelijke info met persoonlijke overtuigingen en ervaringen. Op die manier groeit je pedagogisch oordelen. Het lijkt intuïtief te gebeuren, maar is steeds gegrond op wat je eerder al wist of verzamelde. Dus de eindtermen goed in de vingers hebben, voedt jouw professioneel buikgevoel. Je bekwamen in technieken om ervaringsgericht met kinderen aan de slag te gaan ook. Op die manier ontwikkel je een feeling om inspiratie uit de eindtermen in te zetten in datgene wat jullie op dat moment samen willen doen in de klas.

De eerste vraag die jullie als team dus dienen te bespreken is: HOE KRIJGT ELKE BEGELEIDER DE ONTWIKKELINGSDOELEN EN EINDTERMEN IN DE VINGERS? De W.O.-waaier vormt een handig instrument om de ontwikkelingsdoelen en eindtermen niet alleen te leren kennen maar ook echt te gebruiken. Idealiter heeft elke leerkracht er eentje. Je kan ze hier bestellen. Je kan ook een stapje verder gaan en de mindmap op blz. 6 van de W.O.-waaier uithangen in de klas. Op die manier maak je leerlingen mee verantwoordelijk voor de thema's die aan bod komen in de klas. Je zou ook een vast moment op het teamoverleg kunnen voorzien waarbij alle begeleiders 10 minuten de ontwikkelingsdoelen en eindtermen doorlezen. Zo zal je, afhankelijk van waar je in je klasgroep mee bezig bent, de link leggen naar wat je kan aanbieden. Maak samen afspraken om te garanderen dat elke begeleider de ontwikkelingsdoelen en eindtermen in de vingers krijgt.

2. Schooleigen soepele leerlijnen maken

Met de voorbije oefeningen van de implementatiegids kregen jullie steeds een duidelijker en scherper zicht over welke eindtermen een soepele leerlijn nodig hebben. In de volgende stap zal je die soepele leerlijnen maken. Met onderstaande oefening formuleren jullie een finaal antwoord op de vraag: VOOR WELKE EINDTERMEN HEBBEN WE TUSSENSTAPPEN NODIG EN MAKEN WE DUS SOEPELE LEERLIJNEN?

Opdracht 1

Neem er al het verzamelde werk van de vorige stappen en oefeningen bij. Download onderstaand schema en vul het met het (kern)team in. 

 

 

Het invulschema toont je met enkele voorbeelden waar wereldoriëntatie aan bod komt in jullie school. In stap 3 oefening 3 namen jullie één deel van dat invulschema onder de loep, namelijk de vaste werking. De eindtermen waar in die vaste werking aan gewerkt worden, kan je alvast iets meer naar je achterhoofd verplaatsen. Het betekent natuurlijk niet dat die eindtermen waar in de vaste werking rond gewerkt worden nu volledig afgehandeld zijn. Het kan je wel een bepaalde rust geven om te zien hoe de dagelijkse, vaste werking wereldoriëntatie aanreikt.

In de vorige oefening (stap 4 oefening 2) maakten jullie in het tweede deel van de opdracht een analyse van alle deeldomeinen en eindtermen. In stap 3 oefening 2 maakten jullie een eerste keer een puzzel van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Je maakt in deze oefening voor een laatste keer finaal de puzzel.

Opdracht 2

Download de puzzel. Bedenk welke deeldomeinen soepele leerlijnen nodig hebben. Dit weet je op basis van alle vorige oefeningen uit de implementatiegids. Leg met alle teamleden de puzzel van die deeldomeinen die jullie uitkozen. Elk teamlid pikt er die eindtermen uit waarvan hij/zij het moeilijk vindt om tussenstappen te bedenken voor zijn/haar leeftijdsgroep. Die eindtermen neem je apart. Leg ze samen en maak clusters.

 

 

Voorbeeld

De Buurt in Gent stelde een plan van aanpak op. Hieronder vind je wat bijkomende uitleg en het plan zelf. Je kan het plan ook downloaden in PDF-formaat.

Het team van De Buurt probeerde eerst duidelijkheid te scheppen in de manier waarop hun leerlingen tot leren komen: via de vaste werking en structuur van de school als geheel, via projecten die vaak vanuit de kinderen komen en via mini-lesjes die eerder vanuit de begeleider komen. De vaste werking brachten ze in kaart via de oefening hierboven. Ze beslisten om met een groepje deze oefening nog verder te verfijnen. Wat de projecten betreft, zagen ze drie effecten die het cahier W.O. kon hebben: inspireren, begeleiden en evalueren/registreren. Inspireren: de ontwikkelingsdoelen en eindtermen kunnen zowel begeleiders als leerlingen inspireren om een bepaald project op te starten. Tegelijk kunnen leerlingen ook zien dat het deeldomein natuur bijvoorbeeld al vaak aan bod kwam en dat het deeldomein tijd nog maar weinig belicht werd. Begeleiden: De Buurt wil een indicatorensysteem uitwerken. Ze merken namelijk dat er nood is aan vaste grond, enkel werken met de ontwikkelingsdoelen en eindtermen is niet wenselijk. Toch willen ze ook niet terugkeren naar een klassiek leerplan waar per eindterm een doel per leefgroep wordt geformuleerd. Ze opteren dus voor indicatoren die aantonen welke stappen noodzakelijk zijn om een bepaalde cluster van eindtermen te bereiken. Evalueren en registreren: er liep al een traject rond breed evalueren op De Buurt. Ze koppelen dit aan het cahier W.O. Indien uit de evaluatie en registratie blijkt dat sommige deeldomeinen systematisch te weinig aandacht krijgen, kan een begeleider een mini-lesje geven.

 

Samen school maken

Deze website dient als inspiratie voor begeleiders en coördinatoren die werken met een cahier van FOPEM.

De implementatiegids vormt het belangrijkste onderdeel van de website en dient door alle scholen gebruikt te worden om het cahier W.O. te implementeren.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now