LET OP

Deze stap is nog in een testfase. Ga je met deze oefeningen aan de slag? Laat het ons weten en dan verfijnen we samen de oefeningen.

Focus bepalen
De soepele leerlijn begint aardig vorm te krijgen: jullie weten ondertussen al...

- ... welk eindpunt jullie nastreven (aparte eindtermen of clusters van eindtermen) - Stap 5 oef 1

- ... wat de status van de tussenstappen is (doel of indicator, eenvoudig-complex, deelvaardigheid, referentiepunt, voor enkelen of voor allen) - Stap 5 oef 1

- ... wat het werkwoord in jullie tussenstappen zou kunnen zijn (o.b.v. de leerspiraal) - Stap 5 oef 2

Met behulp van deze laatste oefening bepalen jullie de focus van de leerlijn.

Opdracht

Kleurencodes toekennen

Neem de W.O.-waaier of de tabel met ontwikkelingsdoelen en eindtermen uit het cahier W.O. Pik er de (clusters van) eindtermen uit waar jullie soepele leerlijnen voor willen maken. Geef die (clusters van) eindtermen een kleurencode:

- GROEN: eindtermen die onvoldoende vanuit de leerlingen komen en waar er dus weinig kansen zijn om er als begeleider ervaringsgericht op in te spelen.

- ORANJE: eindtermen waarvoor het moeilijk is om te bedenken hoe jongere leefgroepen hier naartoe kunnen bouwen.

- ROOD: eindtermen waarvan, uit evaluatie en registratie, blijkt dat ze niet bereikt worden door de leerlingen.

In de kleurencode zit een waardeoordeel vervat: rood betekent alarm, oranje betekent extra opletten en groen betekent vervelend maar geen bedreiging. Verdeel jullie in drie groepen die bij elke kleurencode brainstormen. De (cluster van) eindtermen kunnen meerdere kleurencodes hebben.

Brainstorm in groepjes

 

GROEN: We willen voor wereldoriëntatie, en bij uitbreiding alle leergebieden, zoveel mogelijk ervaringsgericht en vanuit de leerling werken. Sommige onderzoeksvragen en eindtermen komen heel vlot vanuit leerlingen, zoals bijv. Hoe leeft een dier? Andere vragen komen moeilijk of zelfs niet vanuit de leerlingen, zoals bijv. Welke landen maken deel uit van de EU?

  1. Bekijk de (clusters van) eindtermen die jullie groen kleurden. Welk patroon ontdekken jullie (bijv. allemaal thema verkeer, bijv. allemaal kennis)?

  2. Brainstorm hoe de vaste werking ervoor kan zorgen dat leerlingen wel onderzoeksvragen stellen rond deze thema’s.

  3. Ervaringsgericht betekent niet per se aangebracht door het kind. Je kan sturen en verdiepen als begeleider. Ervaringsgericht betekent wel proefondervindelijk of aansluitend bij de leefwereld van het kind of in een betekenisvolle context of leergebied-overschrijdend. Formuleer drie behapbare tips per leefgroep om de (clusters van) eindtermen die jullie een groene kleur gaven ervaringsgericht aan te pakken.

ORANJE: eindtermen zijn geformuleerd om te bereiken op het einde van het zesde leerjaar, ontwikkelingsdoelen zijn geformuleerd om na te streven bij de oudste kleuters. Voor sommige van die doelen is het eenvoudig om te bedenken wat een jongere groep kan doen om een eindterm te bereiken, zoals bijv. Voorbeelden geven voor zorg van bejaarden en mensen met een handicap (verkorte eindterm uit W.O.-waaier bij maatschappij-zorg en inclusie). Voor andere doelen is het echt moeilijk om te bedenken wat een jongere groep kan doen om een eindterm te bereiken, zoals bijv. Kaart van België en Vlaanderen kennen (verkorte eindterm uit W.O.-waaier bij ruimte-kaarten).

  1. Bekijk de (clusters van) eindtermen die jullie oranje kleurden. Welk patroon ontdekken jullie (bijv. allemaal thema verkeer, bijv. allemaal kennis)?

  2. Bekijk (vrijblijvend) hoe andere leerplannen opbouwen naar deze (clusters van) eindtermen. ZiLL, GO!, OVSG of SLO uit Nederland. Interessant zijn ook enkele fragmenten uit het handboek De basis van W.O. (natuur en tijd).

  3. Bedenk per leefgroep enkele tussenstappen. Denk goed na over de vaardigheid (meestal het werkwoord) en de kennis in de tussenstap (zie ook stap 5 oef 2).

ROOD: vanuit (gevalideerde) toetsen, observaties of andere bronnen krijg je zicht op eindtermen die door de meerderheid van de oudste leefgroep niet bereikt worden. Voor deze eindtermen stel je best een breed en degelijk plan op, waar soepele leerlijnen een deel kunnen van uitmaken.

  1. Verzamel alle bronnen die jullie vertellen in welke mate leerlingen de eindtermen bereiken. Welk patroon ontdekken jullie (bijv. allemaal thema verkeer, bijv. allemaal kennis)?

  2. Hebben die eindtermen enkel een code rood in deze oefening, of ook oranje en groen? Dat vertelt je misschien waar een mogelijke oorzaak zit.

  3. Brainstorm over alle mogelijke oorzaken. Sorteer en categoriseer ze. Waar zijn jullie zeker van, wat is een vermoeden en willen jullie verder onderzoeken?

  4. Duid de meest dringende (clusters van) rood-gelabelde eindtermen aan

Soepele leerlijn maken

​Verzamel al het materiaal dat jullie m.b.v. deze implementatiegids al uitwerkten. Zo meteen bespreken de drie groepjes wat ze met de kleurencodes deden. Zorg ervoor dat het materiaal, de keuzes en de afspraken die jullie maakten in deze implementatiegids hieraan gelinkt worden door bijvoorbeeld af te spreken dat teamlid A extra alert zal zijn voor de context van de school (stap 2 oef 1) en teamlid B voor de vaste werking (stap 3 oef 3).

Elk groepje stelt voor wat ze deden met de kleurencodes. Puzzel, knip en plak jullie soepele leerlijnen samen. Maak dit zo visueel mogelijk en creëer ruimte voor de volgende kritische vragen:

Voor welke (clusters van) eindtermen hebben we nog extra (wetenschappelijk) onderzoek nodig?

In welke mate dragen onze soepele leerlijnen bij aan ons pedagogisch project?

Hoe gedragen en haalbaar zijn onze soepele leerlijnen?

In welke mate bewaren we de balans tussen richting geven en ruimte laten? Hoe zorgen we ervoor dat we de ruimte die het cahier W.O. creëert niet terug dichtmetselen?

Waar hebben we extra hulp van een andere FOPEM-school of de PBD bij nodig?

De leerspiraal kan jullie eventueel helpen om een kennisniveau te bepalen.

Soepele leerlijn testen

Spreek af hoe jullie de soepele leerlijn gaan testen. Gaan jullie vooral focussen op de vaste werking voor deze soepele leerlijn? Of plannen jullie meteen een aanbod rond een bepaald thema? De soepele leerlijn kan een team ondersteunen op de drie pistes die we in stap 3 uitleg 1 gebruikten:

VASTE WERKING: doordat je in een soepele leerlijn tussenstappen afspreekt, weet elke leefgroep waar de vaste werking van die klas op kan concentreren.

Bijv. RUIMTE: kaart van de school en straat uithangen bij de kleuters, kaart van België bij het middelste lager, kaart van Europa en de wereld bij het oudste lager.

Bijv. TIJD: afspreken dat elke vraag uit de ronde/kring geduid wordt op een kalender en/of tijdlijn

Bijv. TECHNIEK: kleuters besteden bij atelierwerking extra aandacht aan materiaalkeuze (hout, wol, plastic,...), middelste lager besteedt bij atelierwerking extra aandacht aan ontwerpfase van een creatie, oudste lager besteedt bij atelierwerking extra aandacht aan evalueren van het product.

ERVARINGSGERICHT WERK IN PROJECT, ONDERZOEK OF WERKSTUK: de tussenstappen die aan enkele leefgroepen toegewezen worden, creëren een alertheid bij de begeleider. Je kan een extra kaartje maken met jullie soepele leerlijnen en dit aan de W.O.-waaier toevoegen. Zo kan de begeleider in één oogopslag zien waar hij of zij met z'n groep op moet focussen. Zo ben je aandachtig voor kansen die zich spontaan aanbieden.

STURING DOOR BEGELEIDER: een soepele leerlijn kan cruciale tussenstappen of een referentieleeftijd bloot leggen. Zo kan het dat je afspreekt dat de derde leefgroep een gestuurd aanbod krijgt over gezondheid en de vierde leefgroep elk jaar een project moet doen dat zich focust op de werking van het menselijk lichaam. Zo kan de begeleider van de oudste leefgroep hierop verder bouwen tijdens de reeds lang geplande lessenreeks rond seksualiteit. Daarnaast kan er ook afgesproken worden dat er voor de paasvakantie gecheckt wordt in welke mate het menselijk lichaam al veel aan bod kwam bij de oudste leefgroep. Zo kan er alsnog m.b.v. de soepele leerlijn extra gestuurd worden in het laatste trimester over dit thema.

Hieronder enkele tips voor het testproces:

Begin klein, verandering werkt als een olievlek.

Kies voor de meest dringende soepele leerlijn waar alle teamleden nu een nood rond ervaren.

Leg nu al vast wanneer jullie het gebruik van de soepele leerlijn gaan evalueren.

Bedenk ook hoe jullie de soepele leerlijn voldoende in de aandacht zullen plaatsen zodat jullie plan niet verloren geraakt tussen de andere vele to-do’s.

Elk teamlid doet de emo-ratio-check: Hoe voel ik me bij de afspraak, heb ik er goesting in? Wat denk ik over de afspraak, lijkt het me haalbaar?

Samen school maken

Deze website dient als inspiratie voor begeleiders en coördinatoren die werken met een cahier van FOPEM.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now