Deel van het geheel oefening 3

Registratie en evaluatie zijn slechts een onderdeel in het lange proces waarbij we leerlingen iets aanleren. Ze passen in het kwaliteitsbeleid van de school. De oefeningen hieronder helpen je het grotere plaatje te vormen. Onderaan vind je ook een voorbeeld van een registratiesysteem uit Freinetschool De Vier Tuinen, uit Buurtschool V-Tex en uit een fictieve methodeschool.

DOEL

- inzien dat cahier W.O. als kwaliteitsinstrument kan functioneren

- registratie/evaluatie als onderdeel van een proces ontdekken

(middel ipv doel)

Deel van het geheel

Het referentiekader voor onderwijskwaliteit zet verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs uit. Ze weerspiegelen de beleidskracht van de Vlaamse scholen en waarderen de professionele schoolteams. Het referentiekader biedt houvast en respecteert de autonomie van iedere school. De ontwikkeling van leerlingen staat centraal, evaluatie maakt hier deel van uit. Registratie ondersteunt het lerarenteam om zicht te krijgen op die ontwikkeling en op basis van betrouwbare gegevens te kunnen ingrijpen. In de vorige twee oefeningen verkenden jullie uitgebreid begrippen en ideeën om kwaliteitsvol te evalueren en te registeren in het kader van het cahier W.O. In deze laatste oefening nemen jullie even de tijd om registratie en evaluatie te linken aan: 

- ons eigen kader dat we doorheen de implementatiegids gebruiken om aan te tonen op welke manieren leerlingen ervaringsgericht de eindtermen voor wereldoriëntatie bereiken (vaste werking - project/onderzoek/werkstuk - les).

- het referentiekader onderwijskwaliteit, zoals vastgelegd door de onderwijsinspectie.

Opdracht

 

Drie sporen

Doorheen de hele implementatiegids structureren we de kansen om de eindtermen voor wereldoriëntatie te bereiken op drie sporen: de vaste werking doorheen de school en klas, het ervaringsgerichte werken vanuit leerlingen met welbepaalde technieken en een gestuurd aanbod door de begeleider. Die drie sporen gaan uit van een doelgerichtheid, de invulling ervan is ervaringsgericht (bijv. projecten). Hoor je het donderen in Keulen? Dan lees je best nog eens deze uitleg

Link de tabel met de doelen van registratie op korte, middellange en lange termijn, die je in de vorige twee oefeningen aanvulde, nu met het schema Wereldoriëntatie op drie sporen. Je kan beiden hieronder nog eens downloaden. 

 

Hoe kunnen de registratiedoelen reflecteren, communiceren en documenteren de drie sporen ondersteunen? En omgekeerd? 

Hoe realiseren jullie het pedagogisch project van de school (wereldoriëntatie op drie sporen) en speel je op een betrouwbare en kwaliteitsvolle manier in op de ontwikkeling van elke leerling (registratie op korte, middellange, lange termijn?

Welk schooleigen systeem ontvouwt er zich, na al deze oefeningen in de implementatiegids, om wereldoriëntatie volgens het cahier W.O. aan te pakken? Hoe haalbaar, gedragen en kwaliteitsvol is dit voor het schoolteam?

Referentiekader onderwijskwaliteit

Waarschijnlijk kunnen alle kwaliteitsverwachtingen uit het referentiekader onderwijskwaliteit gelinkt worden aan jullie ingevulde cahier W.O. Voor deze oefening selecteerden we enkele kwaliteitsverwachtingen die specifiek over registratie, evaluatie en rapporten gaan. Je kan ze hieronder downloaden.

 

 

In deze laatste opdracht gebruiken jullie deze selectie van kwaliteitsverwachtingen als toetssteen voor jullie uitgewerkte systeem en tot nu toe ingevulde cahier W.O. Eventueel kan je jullie ingevulde cahier W.O. inschalen op beneden de verwachting, benadert de verwachting, volgens de verwachting, overstijgt de verwachting zoals ook de onderwijsinspectie dit doet tijdens een doorlichting

Voorbeeld

 

In Freinetschool De Vier Tuinen in Oudenaarde (met cahiercoach Céline) werkten ze een registratiedocument uit in Google Spreadsheets. Ze integreerden hun onderzoek naar de vaste werking (stap 3) en de kwaliteit van hun ervaringsgerichte praktijk (stap 4 oefening 1). Ze registreerden op twee sporen (zie stap 3 uitleg 1): vaste werking en project. Vanuit dit intensieve onderzoek bekijkt het team dit jaar welke minimumdoelen (= ontwikkelingsdoelen en eindtermen, ODET) weinig aan bod kwamen en hoe ze daar dan schooleigen leerlijnen van willen maken. Je kan hun versie hieronder bekijken. De ingevulde info werd er deels uit gehaald (bijv. welke projecten in welke leefgroep).

 
 

In Buurtschool V-Tex uit Kortrijk (met cahiercoach Babette) werken ze met zogenaamde Domeinfiches en Groeimappen. Zo combineren ze hun drie sporen en de registratie ervan in één document.  Op de domeinfiches kleurden ze de vaste werking per ODET en per leefgroep grijs. Per graad legden ze bakens vast van ODET die zeker daar extra aandacht moeten krijgen, die zijn oranje. Het team vult de projectnaam in bij de behaalde of sterk aangereikte doelen. Wanneer een begeleider extra input wil over dat project, dan kan hij of zij in de groeimappen kijken. 

We vertellen je ook graag een sprookje over registratie en evaluatie in een FOPEM-school. Dit sprookje is samengesteld met voorbeelden uit verschillende scholen. Het bevat reële voorbeelden maar ook dromen en wensen. Het dient als inspiratie. We geven ook de context mee van de school. Want zoals je weet kan je pas aan kwaliteit beginnen werken als de basis goed zit.

Er was eens... een FOPEM-school. De school draaide al een aantal jaren goed en zonder veel problemen. Het team bestond al zo'n drie jaar uit dezelfde mensen die elk op hun manier initiatief en verantwoordelijkheid opnamen. Samen met de ouders had het team erg hard gewerkt om leerlingen te werven. Druppelsgewijs ging het verhaal rond van een sterke school waar kinderen zinvol en levensecht leren en waar ouders inspraak hebben en als volwaardig partner worden beschouwd. Het bestuur nam veel zorg van het team over rond het gebouw en de financiën. Zo kon het team zich ten volle concentreren op een kwalitatieve klaswerking en een sterk pedagogisch project.

Twee jaar geleden begon het team met de implementatie van het cahier W.O.:

Alle teamleden begrepen het cahier W.O., bekeken de filmpjes en scherpten hun voelsprieten aan.

Het hele team stofte de visietekst af en liet zich inspireren door de Visie op onderwijzen en leren uit het cahier W.O. Samen met ouders, leerlingen en bestuursleden bekrachtigden ze deze vernieuwde visietekst.

Het kernteam cahier W.O. bracht de kansen in de omgeving in kaart en zette vanuit die analyse nieuwe samenwerkingsverbanden op met musea, de stad en het buurthuis. Die analyse vatten ze samen in een omgevingsboek op MyMaps.

Het hele team bracht samen de vaste werking op school- en klasniveau in kaart. Op basis van dat onderzoek werd de vaste werking versterkt en verbeterd. De vaste werking staat samengevat in een gedeelde Googledocument.

Het kernteam cahier W.O. onderzocht de afspraken op school rond ervaringsgerichte didactiek en filterde onduidelijkheden eruit. Samen met het team werden die bekeken. Elk teamlid leerde de W.O.-waaier gebruiken. Teamleden die nood hadden aan extra input rond projectwerk gingen aan de slag met de Kijkwijzer kwaliteitsvol projectwerk.

Het kernteam cahier W.O. analyseerde de vaste werking en ondervond dat de deeldomeinen techniek en ruimte daar onvoldoende gegarandeerd zijn voor elk kind elk schooljaar. Ze besloten om de teamleden een bevraging te doen bij de teamleden met kleurencodes voor techniek en ruimte. 

Het kernteam cahier W.O. bereidde een interactieve studiedag voor met de teamleden waarbij ze zich oefenden in het maken van focusdoelen, het begeleiden van projecten en samen bespraken wat soepele en schooleigen leerlijnen theoretisch betekenen.

Het kernteam cahier W.O. maakte een schooleigen leerlijn voor techniek en ruimte en koppelde geregeld terug naar het team. Alle klasgroepen testten de leerlijnen gedurende 6 weken uit en koppelden dan terug. Zo werden de schooleigen leerlijnen verfijnd.

Het hele team sprak tijdens een pedagogische werkvergadering samen over evalueren en registeren. Een nieuw werkgroepje wil volgend schooljaar met het Reflectieinstrument Pedagogie van het worden aan de slag gaan en zo het evaluatiebeleid op punt zetten.

Het team was doordrongen van het doelgericht ervaringsleren en stond als één blok achter het principe. De enige onzekerheid die hen nog parten speelde was hoe je alles kan opvolgen en het overzicht kan bewaren. We kijken even mee in hun proces...

Het team staat ten volle achter Het prachtige risico van onderwijs: het is onmogelijk om alles te registreren en te evalueren. Samen hebben ze het volste vertrouwen in de kwaliteit van hun school, in de expertise van de teamleden en in de groeikracht van de leerlingen. Ze spreken dan ook af om enkel iets te registreren wanneer dit bijdraagt aan reflectie, communicatie of documentatie.

De analyse van de vaste werking herbekijken ze tweejaarlijks en passen ze daarna aan: Zorgt de derde leefgroep nog voor de kippen of is dat wat verminderd? Wordt de kaart van België systematisch erbij gehaald wanneer kinderen vertellen over een uitstap of moeten we hier nog eens extra focus op leggen? Hier is er dus een tweejaarlijkse registratie. Er wordt niet verwacht dat teamleden bij elk project doelen rond samenwerking gaan aanduiden, want dit komt sowieso aan bod bij projecten. 

Soepele leerlijnen

Elk teamlid gebruikt de W.O.-waaier om in kringgesprekken, vrije werktijd, ateliers, leerwandelingen en projecten de onderzoeksvragen te verbreden en te verdiepen. In elke klas hangen de pictogrammen uit om ook de kinderen te stimuleren breed te kijken.

Het actief gebruik van de W.O.-waaier en pictogrammen zorgt ervoor dat minimumdoelen in een spontane, levensechte context aan bod komen. De begeleider voelt zelf aan of een deeldomein, cluster of minimumdoel vaak uit de boot valt en komt stimulerend tussen.

In elke klas hangen er W.O.-dozen: een in- en uit-doos per deeldomein met daarboven het bijhorende pictogram. De uit-doos bevat elke maand nieuwe boeken, proefjes, weetteksten, opdrachten die aan één of meerdere minimumdoelen bijdragen. Kinderen kunnen in de vrije werktijd hier materiaal ontlenen en in hun weekplan aanduiden met een stempel of sticker van de deeldomeinen dat ze hier aan gewerkt hebben. Ook in hun vrijetekstboek stempelen en stickeren de kinderen er op los. Op de laatste bladzijde plaatsen ze een streepje naast elk deeldomein wanneer ze een stempel of sticker plaatsten.

De in-doos fungeert als een brievenbus: kinderen kunnen er hun vrije teksten, boeken, materiaal, ideeën, vragen in kwijt. Op basis van die informatie beslist de klasgroep samen waar ze willen op ingaan of waar ze onderzoek naar willen doen.

Met de W.O.-dozen kan je proactief werken. Tegelijk zie je via de in-doos ook waar interesses liggen en waar net niet. Op die manier kan de begeleider ervoor kiezen om gericht te focussen op één of meerdere minimumdoelen.

Het stickeren en stempelen is gratis registratie voor de begeleider én stimuleert rekenvaardigheden bij de kinderen. De begeleider kan voor elke vakantie kijken welke deeldomeinen weinig of vaak aan bod kwamen. Zo kan de begeleider gericht differentiëren.

Deze registratiemanier draagt bij aan het reflecteren op korte termijn.

Het team besprak dat ze voor projecten zoveel mogelijk met focusdoelen werken. Het team besluit: "We bepalen niet meer dan vijf focusdoelen per project en zorgen dat elk kind die focusdoelen behaalt. Dat doen we door formatief maar ook summatief te evalueren. We registreren niet wat 'aangeraakt' is. We vertrouwen op onze vaste werking en op de sterktes van de leerkracht."

We nemen een kijkje bij de tweede leefgroep. Daar verliezen heel wat kinderen een tand en dat kan je duidelijk horen en zien in de kringgesprekken. Juf Sandra voelt een hoge betrokkenheid en screent met haar W.O.-waaier wat de mogelijkheden zouden zijn. Tijdens een brainstorm met de kinderen voelt ze waar de klepel hangt: de kinderen willen kost wat het kost op bezoek gaan bij de tandarts. Het project Tanden is een feit. Juf Sandra voelt zelf dat er meer in het project zit. Voor ze echt activiteiten gaat plannen, bepaalt ze de focusdoelen:

Vertellen om welke redenen je allemaal naar de tandarts kan gaan

Begrijpen dat zowel mannen als vrouwen (tand)arts kunnen zijn

Tonen hoe je goed voor je tanden moet zorgen

Verschillen aanduiden op een prent tussen tanden van carnivoren en herbivoren

Die communiceert ze ook met de kinderen en hangt ze op het projectbord. Ze zet die focusdoelen meteen klaar in het registratiesysteem van de school. Dat is een gedeelde Google Spreadsheet met een blad per schooljaar. De rijen zijn opgedeeld volgens de clusters onder elk deeldomein, de kolommen zijn opgedeeld volgens klasgroep. Op het einde van het project 'valideert' juf Sandra dan welke focusdoelen door alle kinderen behaald zijn en of er eventueel andere focusdoelen zijn bijgekomen.

Focusdoelen helpen de begeleider letterlijk focussen:

Welke activiteiten doen we?

Op welke vragen en leerkansen speel ik in en op welke niet?

Wat zijn de succescriteria die ik samen met de kinderen opstel en die mij helpen bij het evalueren?

Bij welke kinderen ga ik extra ondersteunen?

De focusdoelen zijn de manier om met soepele leerlijnen te werken: al gaande en afgestemd op de klasgroep worden doelen bepaald. 

Deze manier van registeren draagt bij aan het communiceren op middellange termijn en aan het documenteren op lange termijn.

Wanneer een begeleider meer wil weten over de focusdoelen die de klasgroep vorig jaar bereikte tijdens een project 'Dinosaurussen' dan kan hij/zij altijd terecht in het archief met de projectboekjes en -verslagen.

Schooleigen leerlijn

Voor techniek en ruimte maakte het team een schooleigen leerlijn. Daarin zitten acties op de drie sporen verwerkt:

SPOOR 1: de vaste werking anders inrichten

SPOOR 2: voelsprieten van het team versterken voor ruimte en techniek zodat ze ervaringsgericht kunnen verrijken

SPOOR 3: enkele afgesproken focussen en activiteiten die aan elke leefgroep zijn toegekend

Dat laatste derde spoor - het sturend aanbod - is een extra kaartje aan de W.O.-waaier van elke begeleider. Er staan zaken in zoals extra aandacht voor materiaal en grondstof bij oudste kleuters of plattegrond van je huis tekenen imet schaal en legende in middelste lager of bezoek aan het stadsmuseum waar er oude kaarten van de stad zijn voor het jongste lager.

Op het einde van elke week noteert elke begeleider in zijn/haar agenda wat er gebeurd is in de klas dat bijdraagt aan die doelen.

Het team werkte ook succescriteria uit die tonen wanneer een kind die vooraf bepaalde focussen bereikt heeft. Die voortgang wordt bijgehouden in het zorgdagboek van elk kind dat digitaal gedeeld is in het team.

Vanuit de analyse van de vaste werking (stap 3) en kleurenoefening (stap 5 oefening 3) haalde het team blinde vlekken naar de oppervlakte. De Google agenda van teamleden is gedeeld met de cahiercoach zodat die kan checken hoe vlot het lukt om die blinde vlekken op te halen en of er eventueel nog nood is aan extra vorming. Zo kan de cahiercoach ook zien of de uitgewerkte leerlijn passend of net te ambitieus is. Deze manier van registreren draagt bij aan het reflecteren op korte termijn.

Jaarlijks analyseren de cahiercoach, de zorgco en de coördinator de gevalideerde toetsen die de zesde klas moet afnemen. Het team heeft samen besloten om alternerend het leergebied 'mens en maatschappij' en 'wetenschappen en techniek' te toetsen. Vanuit die analyses past de cahiercoach gericht de schooleigen leerlijn aan of organiseert hij/zij oefeningen om de voelsprieten van het team aan te scherpen.